#TPRS & schrijven

schrijvenZoals ik gisteren schreef kent TPRS 3 stappen:

  1. betekenis geven
  2. verhaal vragen
  3. lezen.

Waar blijft het schrijven dan?

Wat meestal gedaan wordt is:
Vrij schrijven (pg. 69 Storytelling voor het talenonderwijs)

  1. snel schrijven
  2. rustig schrijven

Dit wordt dan enerzijds gebruikt om de leerlingen te toetsen en een cijfer te geven. Een ervaren schrijver schijnt in 5′ 100 woorden te kunnen schrijven. In de loop van het jaar kun je dat dan gebruiken om een beoordeling te geven, waarbij er alleen naar de kwantiteit en niet naar de kwaliteit wordt gekeken. Zie de bijdrage van 17 december i.v.m. corrigeren! Anderzijds zijn deze schrijfsels diagnostisch voor de docent want ze geven aan, waar de docent nog aan dient te werken met de klas.

Op de moretprslist stelde Ben Slavic op de 12de van de 12de van 2012 een schrijf-model voor.

1. De leerlingen schrijven 4 tot 6 zinnen over een bepaald gegeven onderwerp. In de 1e fase van dit model geven we een plaatje als hulpmiddel. De leerlingen schrijven 4 à 6 zinnen in de tegenwoordige tijd over dit plaatje. In een TPRS-lokaal hangen vaak allerlei posters met structuren en vocabulaire. Daar mogen ze gebruik van maken. Deze fase kan 10′ duren. De docent loopt rond en beantwoord vragen.

2. In de 2e fase – die ongeveer 5′ duurt – praat de  docent met de leerlingen over het plaatje in de doeltaal. Ze hebben hun eigen geschreven zinnen voor zich liggen, waarmee ze een bijdrage kunnen leveren aan de groeiende groepsdiscussie over het plaatje. Met elkaar wordt er van alles verzonnen. De docent vraagt aan de leerlingen om de personen namen te geven: alle verhalen, hoe simpel ook, moeten (hoofd)personen hebben en het is voor de leerlingen gemakkelijker om te schrijven als die personen namen hebben.

3. Fase 3 is het scheppen van een gezamenlijk groepsverhaal. Met beamer of Smartboard wordt het verhaal in een Word-document geschreven en geprojecteerd. De docent en de klas maken zin voor zin.  Een leerling roept een zin in de doeltaal (of moedertaal) en die zin wordt in Word geschreven. “First come, first served”. Het verhaal groeit.

Het plaatje is een hulpmiddel om de leerlingen te helpen om zelfstandig een verhaaltje te schrijven.

4. Grammaticale focus op werkwoorden: de docent heeft de werkwoorden in rood in de tekst aangegeven. De leerlingen herschrijven het verhaal in de verleden tijd.

5. Textivate: Ben gebruikt de site Textivate om de uiteindelijke tekst van het ontstane verhaal in te kopiëren en daar kunnen de leerlingen allerlei oefeningen doen met de oorspronkelijke tekst (bv. de tekst weer in de juiste volgorde zetten, cloze-oefeningen maken, de tekst weer opbouwen vanuit losse zinnen etc).

Ben heeft posters in de klas hangen met verbindingswoorden, voorzetsels, een verb wall met vervoegingen, de diverse soorten persoonlijke voornaamwoorden.

Ben benadrukt dat het proces van het schrijven door deze begrijpelijke-input-leerlingen een bewust en analytisch proces dient te zijn. Schrijven als output vraagt om bewuste actie van de hersenen. Met het vragen van de verhalen en met het lezen is er veel op het onbewuste vlak gebeurd. Na anderhalf jaar TPRS begint hij pas om op deze manier te schrijven met zijn leerlingen. Hij stelt: “niets goeds gebeurt snel. Input gaat vooraf aan output.”

Het volledige artikel kun je lezen op de moretprslist van 12 december 2012.

De afbeelding is afkomstig van de website Uitgeverij Vol Verhalen

Advertenties