1

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 2 – PQA

Oh-gaan-we-persoonlijk-wordenTPRS in een jaar – voorafje voor de tweede aflevering- techniek 2 : PQA

We zijn vanaf begin januari 2013 bezig om de eerste 15 TPRS technieken te bespreken die staan in het boek van Ben Slavic “TPRS in a year!” Deze eerste 15 technieken hebben te maken met het geven van de betekenis en met het persoonlijk maken van de lessen. Deze keer aandacht voor techniek 2, PQA.

PQA staat voor : Personalized Questions and Answers = persoonlijke (maar geen intieme) vragen aan de leerlingen stellen om meer over hen te weten te komen. Ben heeft deze techniek ondergebracht bij het “betekenis geven”; dit doet Susan Gross ook op haar 3-dvd-set – Ben Slavic heeft zijn boek in samenwerking met Susan Gross geschreven. Het gaat hier om betekenis van een andere orde dan het werken met gebaren, zoals techniek 1. Doordat de leerlingen persoonlijk aan worden gesproken en ze over en met elkaar kunnen praten – in de doeltaal uiteraard! – krijgen de lessen (meer) betekenis voor hen.  Je probeert details over de leerlingen te weten te komen en je bespreekt die met de hele klas – natuurlijk in de doeltaal.

Teach Students, not Curriculum  - poster Susan GrossIk vind dat PQA de menselijke maat weer terugbrengt in de scholen. Niet het curriculum staat voorop maar de leerling en het contact van de docent met de leerlingen en het contact tussen de leerlingen.

Komende donderdag 17 januari zal ik weer verslag doen van mijn ervaringen in de lessen met techniek 2 – PQA.

Afbeelding linksboven afkomstig van de website: http://www.42bis.nl/2012/03/het-koppelen-van-je-social-accounts-doe-maar-niet/
Afbeelding rechts afkomstig van de website van Susan Gross en is daar als postertje te bestellen

TPRS in een jaar – techniek 1 – gebaren – de lespraktijk

Tadhall Tolk NederlandsTPRS in een jaar – techniek 1 – gebaren -de lespraktijk

Op 6 januari vind je uitleg bij techniek 1, werken met gebaren. Ik heb in 4 verschillende lessen de techniek van gebaren toegepast. Op de middelbare hotelschool heb ik ’t heel kort gehouden ; zij zijn niet ‘opgegroeid’ met TPRS en hebben tot nu toe altijd op de traditionele manier les gehad. Bij een paar klassen merkte ik dat ze heel vaak ‘je peux = ik kan/mag’ en ‘je veux= ik wil’ door elkaar halen. Ik heb met hen alleen de gebaren geoefend en in feite hebben we dus alleen TPR gedaan. (Helaas kan ik niet altijd met verhalen werken; dat leg ik later nog wel eens uit). Het was grappig dat men in beide klassen  met hetzelfde gebaar kwam voor ‘ik wil’, namelijk met twee vuisten op tafel slaan. Voor ‘ik kan’ kwamen ze in de ene klas met je arm buigen en een spierbal maken, in de andere klas kwamen ze met het gebaar van de armen in de lucht gooien, een soort juichgebaar.  Ik heb al vaker TPR met ze gedaan en de reacties zijn heel wisselend, van studenten die roepen of we dit niet altijd en de hele les kunnen doen, tot studenten die het zoooooooooooo kinderachtig vinden (degenen die zich o.h.a. juist niet zo volwassen gedragen!). Volgende les eens even kijken wat ze nog weten.

In twee andere lessen, lessen van anderhalf uur, met de beginners volwassenen en de A1 volwassenen heb ik de volgende structuren met gebaren gedaan:

TPRS structuren week 12

We begonnen met ‘hij wist’. Beide groepen kwamen met het gebaar van de wijsvinger links- of rechtsboven (linkshandig/rechtshandig) tegen je hoofd tikken en de vinger dan redelijk snel schuin omhoog steken. Eén persoon wilde een draaiende cirkelbeweging maken naast haar hoofd, en maakte daar in het NL een opmerking over, maar zij was de enige die dat zo wilde doen. Ik heb haar in het NL gezegd om dat evt. te doen als dat andere niet bij haar paste. Toen het na een aantal keer goed ging, zijn we ‘dat het mooi weer was’ als 1 chunk gaan doen (ze hebben al vrij in het begin diverse woorden van ‘het weer’ gehad, zoals ‘het is mooi weer, het is slecht weer’ – Meervoudige intelligenties – Natuurgerichte intelligentie – maar dat is weer een ander verhaal!). Als gebaar voor ‘mooi weer’, deden ze de armen uitspreidend in de lucht in de ene groep en in de andere leek het ook daarop. We combineerden de woorden soms: Hij wist dat het mooi weer was en soms deden we ook alleen deel 1 of deel 2. Vervolgens zijn we ‘moest’ gaan doen. De ene groep kwam met een wijsvinger naar voren gestoken (ook vaak gebruikt als ‘waarschuwend vingertje), de andere groep kwam met een gebaar dat ik nu vergeten ben. ‘Zoeken’ hadden we al in eerdere lessen gedaan, hand plat boven de ogen en je hoofd van links naar rechts draaien. Toen ‘hij besefte’; daarbij kwam een gebaar :  je hand tegen je voorhoofd slaan en dan weer schuin omhoog steken. Ik heb de gebaren in de ene groep ook nog met de ogen dicht gedaan en bij de andere niet. Opvallend vond ik daarbij dat 1 persoon die hier altijd heel goed in is, met de ogen dicht helemaal de draad kwijt was. Het ging voor hem misschien toch te snel? maar de woorden komen daarna nog uitgebreid bij het verhaal vragen terug, dus ik vind het niet zorgelijk.

Hoe lang heeft dit alles geduurd? Ik denk een minuut of 5 à 7? Iedereen deed intensief mee – ze zijn het al gewend vanuit de TPR die we altijd voor het liedje deden – deze keer niet gedaan – het zou anders teveel worden, had ik het gevoel. Dat gaven de beginners ook aan voordat we begonnen – we hadden 1x heel veel gebaren gehad en dat was toch een overkill geweest.

Vervolgens zijn we overgegaan naar het verhaal. Ik doe dit jaar bij de beginners en de A1 dezelfde structuren, omdat ik vorig jaar bij de beginners op een gegeven moment overgegaan ben tot het lezen van “Pirates français des Caraïbes”. Ik merk dat het voor de huidige beginners dan best wel pittig is, die 3 structuren; alhoewel ze diverse woorden van deze structuren dus al eerder gehad hebben en we nu de zinnen langer aan het maken zijn, met zelfs bijzinnen. De A1 gaat er gemakkelijker in mee.

Ik vraag de laatste tijd aan het begin van een nieuw verhaal altijd; Il y avait une personne ou il y avait un animal? (=Was er een persoon of was er een dier?). De groep kiest dan.  (Er kan natuurlijk ook ‘een ding’ zijn, maar tot nu toe voldoet dit prima zo). Voor de A1 ontstond er een heel leuk verhaal over een leeuw, vanuit een herhaling van een heel groot deel van de eerdere structuren; aan het einde van de les gaven ze ook aan dat ze dat heel leuk vinden op deze manier. We hebben ook wel vervolgverhalen gehad in het begin, maar dit sprak diversen bijzonder aan. Op een leuke manier komen zo alle oude structuren toch aan bod, zonder dat ze in hun geheugen hoeven te graven waar het ook alweer over ging en ze kunnen zo met elkaar heerlijk fantaseren. Er ontstaat op een gegeven moment echt een soort ‘fantasiestroom’, waarbij de leukste verhaalwendingen ontstaan.

Merkte ik nu dat het verhaal gemakkelijker ging doordat we de woorden van tevoren ingeoefend hadden? Ik vind het moeilijk te zeggen. Op zich verwacht ik wel een lange-termijn effect = betere retrieval, dus daar ben ik heel benieuwd naar!

Mijn collega Hilde-Marie maakt altijd filmpjes van een ander verhaal dan in de les, maar met dezelfde structuren en daar kunnen de cursisten dan op een besloten gedeelte van Youtube naar kijken en luisteren en mee oefenen = hardop antwoord geven op de vragen. Tot nu toe deden we dat nog niet met de TPR, maar die heeft ze deze les gefilmd en die zetten we ook nu ook op dat besloten gedeelte van Youtube.

à suivre! = komende zondag 13 januari wordt om 15.55 uur techniek 2 alvast geplaatst en besproken want die komt die week aan de beurt.

 

Afbeelding handen afkomstig van de site : http://www.tadhalltolkngt.nl/index.php?ident=watdoeik

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 1 – gebaren

Nederlandse-Gebaren-Taal-GebarenTPRS in een jaar – voorafje voor de eerste aflevering- techniek 1: Gebaren

Een techniek die ik eigenlijk heel weinig gebruik bij het geven van de betekenis van woorden uit de doeltaal, is het werken met gebaren. Ik werk wel met TPR en doe dat tussendoor, als we een brainbreak nodig hebben en gebruik het dan om vocabulaire van het liedje dat daarna komt aan te bieden. Ik probeer liedjes te vinden die dezelfde vocabulaire hebben als die waar we mee bezig zijn in de verhalen.

Blaine Ray gebruikt deze techniek niet, Ben Slavic gebruikt hem veel. Maar dat betekent niet dat Ben er veel tijd mee bezig is. Blaine stelt dat het ’t meest effectief is om met de vertaling te werken als je ergens de betekenis van wilt geven en om de betekenis letterlijk voor zichzelf te laten spreken, door de vertaling in een andere kleur naast de woorden in de doeltaal te zetten en dan meteen te beginnen met ‘het spelletje : het vragen van het verhaal, waarbij de leerlingen hun best doen om met zo origineel en grappig mogelijke antwoorden te komen als er een nieuwe input voor het verhaal gevraagd wordt.

Ben stelt dat het werken met gebaren vertrouwen geeft aan de leerlingen doordat je samen plezier beleeft. Ben vraagt aan de klas welk gebaar ze gaan maken bij een bepaald woord. De docent zegt het woord en de leerlingen maken vervolgens het afgesproken gebaar en dan gaat de docent woorden toevoegen en nieuwe gebaren worden afgesproken en geoefend doordat de leerlingen ze uitbeelden, waarbij de docent ook meedoet. Dan gaat hij de woorden vragen, waarbij de leerlingen de ogen dicht doen, om te kijken of ze de woorden ook al weten zonder ‘af te kijken’.

Ik ben het met Ben eens, dat deze werkwijze via de TPR ervoor zorgt dat de leerlingen de woorden letterlijk lijfelijk in zich opnemen, waardoor het dieper verworven wordt en gemakkelijker toegankelijk blijft en dat je de les begint met een leuke activiteit die meteen voor een goede sfeer zorgt.

Ben’s tip: houd het kort!

Deze week meer over mijn ervaringen in de les met (Ben’s) TPRS techniek 1, gebaren.

Plaatje afkomstig van de website : http://www.hcvc.nl/informatie-gebarentaal/ngt-nederlands-gebarentaal.htm