TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 7 – OOGCONTACT MAKEN

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 7 – Oogcontact maken

Teach to the Eyes - Poster Susan Gross

We zijn nog steeds bezig met de 15 TPRS Stap 1 technieken: Betekenis geven en persoonlijk maken. Techniek nummer 7 heet in het Engels: “Teach-to-the-eyes”

Maak je oogcontact met je leerlingen? Met alle leerlingen?

Volgens Ben zorgt actief oogcontact met de leerlingen voor vertrouwen bij de leerlingen. Dit zorgt ook voor meer discipline in de les. Doordat de leerlingen letterlijk gezien worden en doordat ze het gevoel hebben dat jij als docent om ze geeft.

De sleutel voor het maken van oogcontact ligt in het oogcontact maken met IEDEREEN. De docent dient oogcontact te maken met ALLE aanwezigen in het lokaal en langzaam genoeg te gaan om iedereen betrokken te houden en zo ook de discipline te bewaren.

De poster is afkomstig van de website van Susan Gross en daar ook te bestellen: http://susangrosstprs.com/wordpress/category/store/posters/

TPRS in een jaar – techniek 6 – LANGZAAM – de lespraktijk

#TPRS in een jaar – techniek 6 – LANGZAAM – de lespraktijk

BananenschilPersoonlijk vind ik dit één van de moeilijkste technieken, omdat je geneigd bent vanuit je eigen tempo te werken, terwijl je in feite continu op de leerlingen gefocust dient te zijn. Daarnaast bestaat ook het gevaar dat je al je structuren ‘af wilt werken’, zodat je dus niet de leerlingen doceert, maar het curriculum, een ‘doodzonde’ bij TPRS.

Techniek 6 – langzaam gaan – sluit ook aan op techniek 7 die volgende week komt : teach to the eyes, oogcontact maken. Het is belangrijk om de leerlingen goed waar te nemen, daar kun je heel veel informatie voor je doceren uit halen. Dit op de leerlingen geconcentreerd zijn (en blijven!) helpt enorm om hun tempo aan te houden. Hoe kijken ze, hoe zitten ze erbij, hoe reageren ze? Als groep, maar ook individueel.

Een groot gevaar vind ik ook altijd de ‘snelleren’. Degenen die altijd net iets eerder reageren dan de anderen. Je hebt heel gauw de neiging om in hun tempo mee te gaan, maar dan gaan er anderen afhaken, die het niet meer bij kunnen benen. Ik wacht altijd tot iedereen het antwoord gegeven heeft en herhaal dan nog eens het antwoord. Ik merk dat ik dat in het begin nog wel langzaam deed, maar dat mijn tempo steeds hoger is geworden. Gedeeltelijk kan dat ook, met oudere structuren, maar met de nieuwe moet je eigenlijk steeds doen alsof dit het eerste Frans is dat ze horen. Glij maar eens niet uit over die bananenschil!

Wat me enorm helpt bij het langzaam gaan is het aanwijzen en pauzeren (techniek 4). Die keren dat ik het niet kan doen, ga ik ook veel te snel…

Een collega zei me een keer: met TPRS zie je heel snel wie de taal wel of niet kunnen. Daar schrok ik erg van! Ik zei tegen haar: dan ga je veel te snel!

Afgelopen NTPRS 2012 hebben Bryce Hedstrom en ik een workshop gedaan die heette “The art and genius of going slowly”; in de bijdragen over juli 2012 kun je daar meer over (terug)lezen. De hand-out die daaruit ontstaan is, staat als download op deze site. Ga hierheen om hem op te halen. Er staat ook informatie in die hand-out over wat je kunt doen met de ‘snelle’ leerlingen.

De afbeelding van de bananenschil is afkomstig van de website: http://www.voorpositiviteit.nl/796-charlie-chaplin/ Leuk verhaal om te lezen!

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 6 – LANGZAAM

#TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 6 – LANGZAAM

escargot_em_parc_kalliste_ac_aix_marseilleBen – en vele TPRS’ers met hem – zeggen dat LANGZAAM naast cirkelen en PQA de belangrijkste TPRS-techniek is.

Door langzaam te spreken, toon je respect aan je leerlingen. Ben citeeert Blaine, die aangeeft dat wij als docenten niet voelen hoe zwaar het is om een nieuwe taal te verwerven. Dat voelen we alleen als we zelf een nieuwe taal gaan leren; dat is de reden dat TPRS demo’s altijd in talen worden gegeven die we zelf nog niet spreken, zoals Russisch, Chinees, Berber, Zweeds. Je voelt dan aan den lijve hoe het is om totaal geen aanknopingspunten te hebben en hoe effectief TPRS dan toch werkt. Je begint die taal te begrijpen,  maar de docent moet niet te snel gaan!

Verplaats je in de leerling en ga nog langzamer dan je denkt dat nodig is of dan je zelfs voor mogelijk houdt. Als het te snel is voor 1 leerling, is het té snel.

Ben observeerde zijn klas, die les kreeg van een stagiaire die nieuw was in TPRS. Daardoor cirkelde ze heel langzaam en Ben zag hoe goed dit was voor de klas. Hij zag de kracht van cirkelen én van het langzaam gaan. Ook zag hij dat een leerling die hij af had gedaan als een ‘vlegel’ , nu heel goed bij de les bleef. Ben merkte op dat niet de leerling, maar hijzelf het probleem was!

Ben geeft aan dat het eenvoudig lijkt om langzaam te gaan, maar dat het dat niet is. Veel docenten vergeten deze techniek weer na een paar dagen en hij geeft aan dat je continu waakzaam dient te zijn om deze top-drie-belangrijke TPRS techniek te blijven toepassen.

De foto is afkomstig van de website: http://www.espaceagro.com/animaux-vivants/escargots-vivants-de-type-heli_i100852.html

TPRS in een jaar – techniek 5 – Cirkelen – de lespraktijk

#TPRS in een jaar – techniek 5 – Cirkelen – de lespraktijk

Klassieke atoommodel.jpgVanaf les 1 ben je bij TPRS altijd bezig met cirkelen, zelfs al begin je nog  niet met een verhaal, zoals Ben bijvoorbeeld doet aan het begin van het jaar ; hij begint dan met “Cirkelen met ballen”.

Als men een nieuwe taal wil leren spreken, dan is herhaling daarbij bijzonder belangrijk. Via cirkelen kun je deze broodnodige herhaling krijgen. Echter, herhaling kan dodelijk saai zijn. Door de leerlingen zelf de input te laten geven voor de verhalen, kun je al een stuk betrokkenheid en ook humor krijgen, beide belangrijk om de herhaling wat te ‘maskeren’. Ook door de persoonlijke vragen – PQA en uitgebreide PQA – kun je meer betrokkenheid krijgen en herhaling. En door het gebruiken van leerling-acteurs. Dit laatste doe ik (nog?) te weinig.

Het bijzondere van vragen stellen is, dat ons brein op vragen wil antwoorden, ook in een andere taal. Het komt in een bepaalde ‘mood’ en de taal wordt onbewust en eigenlijk verworven als een  ‘bijproduct’ van het vragen stellen en van de verhalen. Daarbij zijn verhalen ook nog eens beeldend, wat een beroep doet op onze rechterhersenhelft en de taal dus met meer linken in ons brein op wordt geslagen. Ik maak heel veel verhalen met heel veel groepen, maar kan ze over het algemeen toch goed onthouden, omdat ik ze helemaal voor me zie, als een film.

Afgelopen lessen met de beginners en A1 ben ik in beide gevallen vanuit het persoonlijke een verhaal gaan ontwikkelen. De structuren waren:

  • hij/zij had … voor hem
  • hij/zij was verrukt van …
  • hij/zij heeft … gekocht en hij/zij heeft hem/het gegeven
  • jij/u zult hebben (jullie zullen hebben)

We hebben er eerst weer gebaren bij verzonnen en toen vroeg ik wie iets voor iemand anders had en wat. Dat werden respectievelijk een cd van Bob Marley en een grillpan (beginners/A1). de verhaaltjes bleven vrij eenvoudig, maar de betrokkenheid was groot. Het is opvallend dat de meesten nu al in hele zinnen terug kunnen antwoorden, als ik de cirkelvragen stel!

Het aanwijzen deed ik weer met de laserpointer; ik had een ophangsysteem gemaakt voor 6 geplastificeerde A3 kaarten, via spanbanden en we zijn met z’n tweeën iets van een uur bezig geweest en toen we het ophingen, bolde het op. Dat was dus niks… Nu gaan we volgende week dunne houten platen aanschaffen en die op maat laten zagen en het daarop bevestigen. Wat een gedoe! In de toekomst zal dit gekneuter vast anders gaan. Dat krijg je als je pioniert… Het zij zo! Volgende week de foto’s!

Cirkelen lijkt gemakkelijk; het is ook geen ingewikkelde techniek. Toch merk ik altijd bij trainingen, dat de meeste mensen er even in moeten komen. Vaak cirkelt men vooral het lijdend voorwerp of de bijwoordelijke bepaling, terwijl men bijvoorbeeld eigenlijk begonnen was met het onderwerp en het onderwerp wilde cirkelen. Het werkwoord wordt vaak vergeten en wordt dan helemaal niet gecirkeld. Bij de werkwoorden komt ook de vaak de lastige vraag “Wat deed …?” en daarbij komt geen van de gecirkelde werkwoorden aan bod, wat in het begin lastig kan zijn voor de leerlingen.

Als je zelf eens wilt oefenen met cirkelen: Hier kun je een lesschema downloaden, waar je ter voorbereiding van een les de structuren & de cirkelzinnen kunt invullen (en nog veel meer overigens, bv. PQA vragen en dialoogjes voor het verhaal). Ook goed om in te vullen als oefening om het cirkelen voor te bereiden. Met de klas zul je waarschijnlijk een heel ander verhaal maken dan je voorbereid hebt, omdat je de leerlingen inspraak geeft in het verhaal. Meer hierover later bij de Stap 2 technieken, want we zijn nu nog steeds bezig met de Stap 1 technieken, Betekenis geven & persoonlijk maken.

Filmpjes van Ben over circling and circling with balls kun je zien via  zijn video channel: http://www.youtube.com/user/benslavic. Ben is de ‘filosoof van de TPRS-familie’, dus hij neemt nogal eens de tijd om dingen te vertellen.

De afbeelding is afkomstig van : http://benniemols.blogspot.nl/2009_03_01_archive.html

2

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 5 – Cirkelen

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 5 – Cirkelen

Cirkelen is dé basisvragentechniek voor TPR Storytelling. Ben geeft in hoofdstuk 5 over cirkelen aan, dat uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat output alleen maar ontstaat als er eerst enorm veel BEGRIJPELIJKE input gegeven is en dat om die reden LUISTEREN bij uitstek de focus dient te zijn van alle vreemde taal instructie en dat cirkelen bij uitstek het middel is voor het geven van begrijpelijke input.

TPRS_circle_Susan_GrossSimpel gezegd komt cirkelen neer op het stellen van vragen over alle onderdelen van de zin met de (nieuwe) structuren van die les en het zijn vragen:

  1. waarop het antwoord “ja” is
  2. waarop het antwoord “nee” is
  3. met of/of
  4. met een vraagwoord – altijd pas na 1, 2 en 3!

Je stelt de vragen over alle zinsdelen. Je stelt ze niet mechanisch steeds in dezelfde volgorde, maar je speelt ermee en vraagt nu eens naar het onderwerp, dan naar het werkwoord etc.  De klas antwoordt hierop in koor ; in het begin zal het antwoord vaak alleen nog maar 1 woord zijn, zoals “ja / nee / drinken / Pierre / water “. Hoe meer vocabulaire de leerlingen verworven hebben, hoe meer ze kunnen gaan antwoorden in langere zinnen. Dit is ook individueel verschillend. De output moet vooral niet geforceerd worden!

Ben geeft aan dat je kunt stoppen met het cirkelen van een bepaalde structuur, als je merkt dat de klas met vertrouwen reageert op wat je zegt.

Hier kun je een vertaling downloaden van Susan’s cirkelschema.

Hier kun je een Nederlandstalig voorbeeld zien van cirkelvragen = 13 verschillende vragen stellen over dezelfde zin : TPRS vertaling van Susan Gross: Hoe 13 vragen over 1 zin te stellen?

Ben vermeldt dit niet, maar bijvoorbeeld Beth Skelton gebruikt geen cirkel maar een ladder, waarbij je onderop de ladder vragen hebt van het laagste niveau – hierboven de vragen 1, 2 en 3 –  en daarboven komen dan de vragen met vraagwoorden, eerst nog vragen waarbij de vocabulaire al in de vraag zit (wie-vraag), dan vragen waarbij de vocabulaire door de eerdere vragen al bekend is geworden en bovenaan de ladder vragen met vraagwoorden van het hoogste niveau,  waarop creatieve antwoorden mogelijk zijn, met vocabulaire die uit het verleden bekend is.

Ben geeft ook nog een voorbeeld dat je nieuwe liedjes ook kunt cirkelen, waarbij je de leerlingen het liedje uit laat beelden en je steeds kleine scènes maakt van elke zin, die je dan via cirkelen gaat bevragen.

Cirkelen is de TPRS-techniek waarop alle andere technieken drijven, zoals PQA en uitgebreide PQA, verhalen vragen en alle begrijpelijke input. Iemand postte eens op de moretprslist: “Circle or die!”

De afbeelding is afkomstig van de website van Susan Gross en is daar als postertje te bestellen.