TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 17 – Drie locaties

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 17 – Drie locaties

120606-MP-FESTIVALLOCATIES-klein2Vandaag Ben’s uitleg bij TPRS stap 2:  drie locaties.

Alles wat je dient te doen wat betreft de drie locaties is het wijzigen van het verhaalscript via cirkelen, waardoor de drie originele locaties tevoorschijn komen. Ben vindt het heel waardevol om met lokaal bekende plekken te komen die betekenisvol zijn voor de leerlingen. Als voorbeelden noemt Ben de plaatselijke hangplek  voor jongeren, de dichtstbijzijnde rivaliserende school, een favoriete eettent of friettent, een plaatselijk winkelcentrum etc. Ben zegt dat de interesse zichtbaar toeneemt als hier rekening mee wordt gehouden.

TPRS docenten maken altijd lijstjes van plaatselijk betekenisvolle plekken en gekke plaatsnamen om het verhaal interessant te houden voor de leerlingen, omdat ze weten dat zulke plaatselijk bekende plekken de kwaliteit van het verhaal significant verhogen.

Op deze manier plekken personaliseren is bijna even belangrijk als het personaliseren van het verhaal met leerlingen uit de klas.

Het is niet nodig om op kunstmatige manier een tweede en een derde locatie in het verhaal te maken. Als er voldoende begrijpelijke input is en als de lessen persoonlijk zijn, gaat er niets verloren als er maar één locatie is. Je houdt het verhaal in de hand door ervoor te zorgen dat het in de buurt blijft van het originele script (zie ook later techniek 24 voor meer informatie over story scripts en ook de blogbijdrage hiervoor waarin ze genoemd worden).

Ben’s reflectie vragen over TPRS Stap 2, techniek 17, drie locaties:

  • Heb je een algemeen plan m.b.t. de drie locaties?
  • Ben je flexibel genoeg om een tweede en derde locatie te laten vallen?
  • Is je verhaal té ver ingevuld?

De afbeelding is afkomstig van Kopfestival Deventer Locaties: http://www.kopfestivaldeventer.nl/?page_id=11

TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

We zijn inmiddels aanbeland bij TPRS Stap 2 – Het verhaal vragen – en bij de eerste techniek daarvan, ook ‘Het verhaal vragen’ geheten. Dit vind ik één van de leukste onderdelen van TPRS : samen met elkaar een verhaal scheppen. Altijd weer een verrassing wat eruit gaat komen! Daar kan ik zó blij van worden!

Tripps_scriptsBen maakt bij het vragen van verhalen veel gebruik van de story scripts van Ann Matava en ook van die van Jimm Tripp. Ben zegt dat hij werkt met Jimm’s scripts :

  1. omdat ze werken
  2. de meeste hebben twee versies: een originele en een uitgebreidere, wat Jimm’s uitvinding is (opmerking Alike : eigenlijk is dit een voorloper van de Embedded readings!). Het geeft de docent opties die Ben niet eerder heeft gezien bij verhaalscripts
  3. sommige hebben te maken met bepaalde feesten, wat hem een hoop planning bespaart
  4. de doelstructuren zijn simpel, dus hun inhoud bevat woorden die meestal al eerder aan bod zijn gekomen in de les (een vereiste voor verhaalscripts)
  5. de ideeën en plots zijn even goed als die van Ann Matava en dat wil iets zeggen!

uit: Het voorwoord van Ben Slavic in Tripp’s scripts; simple and successful TPRS story scripts. Over enkele weken meer over de Verhaalscripts  als we bij techniek 24 zijn aanbeland, Je eigen verhaalscripts creëren. Je kunt de eerste tien pagina’s, inclusief 1 verhaalscript + uitgebreid verhaalscript van Tripp’s scripts hier inkijken.

Ik heb dit jaar gebruik gemaakt van de structuren uit de Look I Can Talk serie van Blaine Ray voor Frans I (die er ook is voor Spaans, Engels en Duits.). Het voordeel van deze structuren is dat ze uiteraard gebaseerd zijn op hoogfrequentie, maar ook dat ze aansluiten op de leesboekjes van Blaine.

We hebben bij de beginners en de ERK-A1 groep geen gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I Can Talk. Hilde-Marie Kok, mijn collega in Bussum van Vrolijk & Frans heeft de verhalen geschreven en ik heb ze verder bewerkt. Voor de ERK-A2 en de ERK-B1 groepen hebben we gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I’m really Talking, Frans III. In het begin heb ik met deze gevorderden verhalen gemaakt bij de structuren, maar ze wilden liever in het Frans praten over allerlei dingen waar ze in het dagelijks leven mee bezig zijn en over de actualiteit. Ze hebben toen voor het huiswerk de links gekregen naar de filmpjes met de vragen die Hilde-Marie heeft gemaakt bij deze leesverhalen. In de les stelden ze dan achteraf eventueel wat vragen als er een onduidelijkheid was. Het cirkelen  vonden ze in de B1 groepen te simpel, dus we zijn de vragen meer gaan stellen met de vraagwoorden: vragen die hoger op de ‘vragenladder’ staan. Cirkelvragen zijn de eenvoudigste vragen en die zitten onderaan de ladder, met hun ‘ja’, ‘nee’ en ‘1-woord’ antwoorden. Bovenaan de ladder komen de creatieve antwoorden in lange zinnen, met eventueel bijzinnen. Deze werkwijze bleek voor de A2 echter weer nét te moeilijk te worden… Tegelijkertijd hebben ze het boekje gelezen van Le voyage perdu; je kunt hier een inkijkje in het boekje nemen.  Met de A2 hebben we het boekje in de les gelezen; de B1’ers hebben het thuis gelezen.

Ik denk dat ik volgend jaar meer met de verhaalscripts van Ann en Jimm wil gaan werken op de lagere niveaus. Ze zijn briljant in hun eenvoud en ik heb het gevoel dat ze ondergewaardeerd worden; in ieder geval door mij. En als ik kijk naar de webshop van Taalleermethoden.nl, dan is er de afgelopen jaren amper interesse voor Tripp’s scripts geweest, terwijl je hiermee juist de verhalen aan kunt jagen, wat veel collega’s nou precies zo moeilijk vinden. In de training TPRS 3, ingewijde gebruiker, zijn de story scripts een van de thema’s en daar krijg je ook Jimm’s boek bij de training.

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 16 – Het verhaal vragen

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 16 – Het verhaal vragen

We hebben vanaf januari uit het boek van Ben Slavic, ‘TPRS in a year!’ alle 15 TPRS Stap 1 technieken doorgelopen, zowel de theorie ervan als de lespraktijk ermee. De technieken van Stap 1 hebben te maken hebben met het geven van de betekenis. We gaan nu beginnen aan de technieken die Ben bij TPRS Stap 2 geeft: het verhaal vragen. Ben zegt dat dit geavanceerde technieken zijn, technieken voor gevorderden. Maar laat je daar niet door afschrikken! Ik zet ze hieronder op een rijtje:

SPANISH_CLASS_-_LA_CINTA_ADHESIVA_012TPRS technieken Stap 2 – Het verhaal vragen

16. Het verhaal vragen
17. Drie locaties
18. Pop-ups (grammatica)
19. Synchroniseren van woorden en acties
20. Chants
21. Dialoog
22. In het moment blijven
23. Fysiek portret
24. Je eigen story script creëren
25. Variatie in de tijden van de werkwoorden

We gaan nu kijken naar techniek 16, Het verhaal vragen.
Ben zegt dat je het verhaal dient te vragen en niet te vertellen. Door het verhaal losjes te houden en niet vast te houden aan je eigen voorgekookte verhaal, geef je de leerlingen de ruimte om hun inbreng te kunnen geven. Die vinden zij oneindig veel interessanter dan die van jou.

Ben zegt dat de truc van TPRS is om met een eenvoudig verhaalscript te beginnen, met drie locaties en dat je door langzaam persoonlijk cirkelen het verhaal in iets nieuws om kunt buigen, terwijl je daarbij de originele vorm niet breekt. Te dichtbij het originele verhaal blijven óf er te ver vanaf gaan roept problemen op. Ben leest regelmatig aan het begin van de les aan zijn leerlingen de volgende woorden van Blaine Ray voor: “Ik geloof dat degenen die het meest effectief zijn in TPRS geen verhalen vertellen. Ze stellen vragen, pauzeren en luisteren naar de leuke antwoorden van de leerlingen”. Blaine noemt dit: “Het spelletje spelen.” Ben zegt dat Blaine’s woorden hem eraan herinneren dat hij veel meer interesse dient te tonen in wat zijn leerlingen zeggen dan in wat dan ook. “Practice what we preach” : als we willen dat leerlingen op ons reageren, dan moeten we ook op de leerlingen reageren op een gelijk niveau. Het vragen van een verhaal is niet alleen luisteren naar leuke antwoorden, maar er ook op reageren met warmte en oprechte waardering. Echt luisteren naar je leerlingen met je hart staat ze toe om te komen met gekke, bizarre, overdreven antwoorden en zodoende ‘het spelletje te spelen’.

Ben zegt dat goede TPRS niet meer is dan de kwaliteit van de interactie tussen de leerlingen en de docent. De antwoorden van de leerlingen op de gecirkelde vragen worden ofwel door de docent verworpen als “onmogelijk” of “absurd” ofwel geaccepteerd als  “zo klaar als een klontje”. Hierbij is er meestal sprake van veel humor en de leerlingen zijn altijd zó blij als je hun leuke antwoord uit alle voorgestelde antwoorden hebt gepikt.

Mogen de leerlingen in de moedertaal antwoorden? Ben vindt dat in dit geval 1 à 2 woorden in te moedertaal toegestaan zijn, omdat het verhaal een geweldige sprong voorwaarts kan maken als ze 1 of 2 woorden in de moedertaal mogen zeggen.

Ben heeft het vervolgens over het klassenmanagement en hoe je de leerlingen laat reageren. Het niet goed meedoen of meekomen van de leerlingen hoeft  niet te liggen aan het onjuist toepassen van TPRS  technieken, maar kan eerder liggen aan het klassenmanagement. Ben eist van zijn leerlingen dat antwoorden maximaal 1 of 2 woorden in de moedertaal bevatten. Verder eist hij van hen dat ze op hun stoel zitten met :

  1. heldere ogen
  2. rechte ruggen
  3. rechte schouders

its_a_secretBen geeft aan dat je steeds heel duidelijk moet zijn naar je leerlingen over wat je van ze verwacht en dat je de leerlingen daar ook in traint. Geef aan hoe ze dienen te zitten, wanneer te spreken en in het algemeen hoe ze het spelletje kunnen spelen. De leerlingen moeten niet gissen naar wat er van hen verwacht wordt. De docent is er verder ook niet om de leerlingen te entertainen, maar om ze te vormen en te scholen en de leerlingen hebben de verantwoordelijkheid om  te reageren op onze vragen als we ze stellen.

TPRS is er verder niet alleen voor de gemotiveerde leerlingen, maar is bestemd voor alle leerlingen. Als je TPRS brengt met echte overtuiging en met liefdevolle discipline, bereik je de meerderheid van de leerlingen.

Als je eist dat de leerlingen de doeltaal hanteren, op een paar woorden  in de moedertaal na, dan dien je je daar als docent ook aan te houden! Dus geen grammatica uit gaan leggen die 2 of 3 of 5 minuten of meer duurt! Natuurlijk dien je wel te (laten) vertalen voor de 100 % begrijpelijkheid, maar houd het altijd kort!

Aan het einde van elke techniek stelt Ben altijd een aantal reflectievragen en daaronder staan een aantal lege regels, waar je je antwoorden in kunt vullen. Bij deze techniek vraagt hij:

  • Vraag je het verhaal?
  • Weten de leerlingen dat van hen verwacht wordt dat ze moeten concurreren om het leukste antwoord, dat van hen verwacht wordt ‘het spelletje te spelen’?
  • Is de discipline in de klas zodanig, dat de twee punten hiervoor ook op kunnen treden?
  • Spreek je tijdens de les steeds in de doeltaal?

De afbeelding van het oor en van de klas zijn afkomstig van de site: http://energizeyourclassroom.wikispaces.com/GIMMICKS en de onderste foto hoort bij “It’s a secret”. In het verhaal ga je als docent een geheim verklappen dat met het verhaal te maken heeft, dus “leun allemaal naar voren, spits je oren en luister en ssssst… niet verder vertellen hoor!