TPRS – Terry’s Super Six – die houden we erin!

Terry WaltzTerry Waltz heeft Six Super structuren voor TPRS. Dit zijn precies de structuren die ik ook altijd gebruik om met de beginners mee te beginnen – ze komen in feite uit de Look I Can Talk 1 van Blaine Ray.

Terry schrijft heel vaak op de moretprslist  en vandaag schreef  ze daar   – in antwoord op een vraag over het lesgeven aan volwassenen – het volgende :

Tue May 28, 2013 4:45 am (PDT) . Posted by: “Terry Waltz” [vertaling door mij]

Quote:
“Tijdens de eerste tien of vijftien uur volg ik dezelfde algemene volgorde met al mijn volwassen beginners, maar vervolgens heeft het de neiging om zich te gaan vertakken, afhankelijk van waar de interesses van de studenten liggen.

Ik zorg ervoor dat de studenten in de eerste twee lessen kennis maken met wat ik de “super six” noem :

  • Wil(sbesluit)  (“wil”, “zin hebben in/om”)
  • Locatie (“is in”)
  • Bestaan (“er is”, “er zijn”)
  • Voorkeuren (“houdt van”)
  • Identiteit (“is”, “ben”, “zijn” — het koppelwerkwoord als je taal die heeft)
  • Beweging (“gaat [naar]”).

Met die zes structuren kun je vele, vele eenvoudige verhalen vertellen door maar 1 onderdeel toe te voegen. Zoals ik al zei heb ik vanuit ervaring een soort van ‘standaard’ volgorde. Ik voeg die nieuwe onderdelen aan het begin toe, maar het is alleen wat handig was. Er is geen reden waarom je ‘een film bekijken’ zou doceren voor ‘bellen’ of vice versa, zo lang als ze even frequent zijn. En denk eraan – of iets frequent is, ligt hierin of het frequent is in de wereld van de student. In Hawaï, doceer ik “surfen” vroeg, omdat het relevant voor hen is, wat het frequent maakt.”
End quote

Tot zover wat Terry schreef over de Super Six – die term houd ik erin!

Overigens schrijft Terry hier over volwassenen, maar het is van toepassing op alle taalleerders; leeftijd maakt niet uit. En verder gebruikt ze de tegenwoordige tijd van de structuren. Blaine gebruikt in zijn Look I Can Talk serie de verleden tijd van de structuren voor het orale gedeelte en de tegenwoordige tijd voor het leesgedeelte. Dit is een beetje paradoxaal, omdat we  met TPRS hoogfrequente woorden gebruiken en de tegenwoordige tijd eigenlijk meer wordt gebruikt. Om toch voldoende blootstelling aan de verleden tijd te hebben, vragen we de verhalen daarom in de verleden tijd. Als we persoonlijke vragen stellen, gebruiken we de tegenwoordige en ook wel de verleden tijd. Dat hangt ervan waar je precies naar vraagt. Vervolgens gaan we verhalen lezen met dezelfde structuren, maar dan in de tegenwoordige tijd.  Zo gebruik ik in mijn lessen Frans de verleden tijd bij het vragen van de verhalen en de tegenwoordige tijd bij het lezen. Met NT2 gebruik ik de tegenwoordige tijd en de les daarna de verleden tijd, als we praten over waar het verhaal over ging. Met jonge kinderen zou je ook in de tegenwoordige tijd kunnen beginnen en later terugvragen in de verleden tijd.

De foto van Terry is afkomstig van de site: http://albanylanguagelearning.com/training/about

Advertenties