The Big CI Book – verfijn je TPRS / CI lessen

Op dit blog heb ik al vaak geschreven over Ben Slavic. Al een tijdje kun je de Europese versie van The Big CI Book van Ben Slavic ook in Nederland verkrijgen. Ben’s boek is volledig gebaseerd op zijn lespraktijk en de lespraktijk van de taaldocenten in zijn PLC (Professsional Learning Community). (Tja, zo zijn TPRS*/CI* docenten, die hebben geen Lerarenregister nodig – wat in feite toch een motie van wantrouwen is. Deze docenten zien in dat als je anderen laat leren, je zelf ook dient te blijven leren… En deze docenten doen dat dus ook intensief! Zelf ga ik jaarlijks naar de NTPRS & iFLT conferenties in de Verenigde Staten, maar ik houd ook de vakliteratuur bij en ik lees veel van wat collega’s vertellen over hun TPRS & CI lessen op de sociale media.)

In The Big CI Book – nomen est omen – geeft Ben Slavic op zijn onnavolgbare en persoonlijke wijze :

  • 14 vaardigheden die de basis vormen van TPRS/CI
  • 27 strategieën om je TPRS/CI lessen fris en fruitig te houden, because ‘brains crave novelty’
  • 8 klassenmanagement hulpmiddelen
  • 3 beoordelingsinstrumenten
  • 4 ‘bail out moves’ waar je elk moment van je les naartoe kunt overgaan, wanneer een bepaalde activiteit mocht ontsporen – soms gebeurt dat, zelfs bij experts
  • een appendix met bronnen om TPRS/CI uit te leggen aan directie, ouders en collega’s

The Big CI Book van Ben Slavic is hét TPRS/CI basisboek – en wellicht nog praktischer – naast Fluency through TPR Storytelling – achieving real language acquisition in school (in het Nederlands: Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2).

Neem je jezelf serieus als taaldocent, die wil dat zijn/haar leerlingen/cursisten een taal met gemak en plezier vloeiend gaan beheersen? Dan mag dit boek niet ontbreken in je didactiek-arsenaal!

*TPRS = Teaching Proficiency through Reading and Storytelling = een taal doceren waarbij de docent speciale vragentechnieken inzet om samen met de leerlingen/cursisten creatief en met veel fantasie (nieuwe) verhalen te scheppen, waarbij de leerlingen als een bij-product van dat verhaal-maak-proces de taal verwerven, omdat taalverwerving een onbewust proces is. Iedereen die een moedertaal heeft verworven kan ook om het even welke andere taal verwerven – alleen het tempo waarin kan verschillen. Taaldocenten behoren tot de weinigen die een taal expliciet kunnen leren, maar omdat veel taaldocenten hun didactiek niet baseren op de laatste wetenschappelijke resultaten over het brein en taalverwerving, hebben ze niet in de gaten, dat zij een uitzondering zijn, in paats van de regel. En ze projecteren hun eigen leerwijze op ‘iedereen’ en trekken dan ook terecht de conclusie dat niet iedereen een taal kan leren… Met als gevolg dat veel mensen zichzelf ook het stempeltje geven dat ze geen taal kunnen leren… Maar VERWERVEN kunnen ze wel, maar dat wordt over het hoofd gezien en het oneheil is al geschied… TPRS is voor een deel intuïtief ontwikkeld door Blaine Ray, maar het bijzondere is, dat het aan blijkt te sluiten bij wat de wetenschap zegt over taalverwerving. Waarom verhalen werken en gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, kun je onder andere lezen in The Storyteller’s secret van Carmine Gallo, dat ook in het Nederlands is vertaald. Meer informatie over onderzoek naar TPRS kun je o.a. lezen op de site van het TPRS Platform.

* CI = Comprehensible Input = begrijpelijke input. TPRS is een vorm van CI, maar er zijn meer didactiekwijzen die werken op basis van begrijpelijke input, zoals bijvoorbeeld Storylistening; lees hier wat Judy Dubois (in het Engels) op haar blog schrijft over Storylistening.

TPRS & de klassieke talen – écht wel! – ook in Nederland!

Casper PortonTPRS wordt niet alleen gebruikt door taaldocenten moderne vreemde talen, NT2 en gebarentaal, maar ook door docenten klassieke talen! In Amerika loopt er al een heel groepje van rond. Maar we hebben sinds een aantal jaren ook op eigen bodem een jonge enthousiaste docent die niet alleen TPRS maar ook TPR en andere methoden gebruikt in zijn lessen Latijn en Grieks! Graag stel ik jullie voor aan Casper Porton. Hij is docent klassieke talen op de Kees Boekeschool in Bilthoven, ook wel De Werkplaats kindergemeenschap genoemd. Hij heeft daarnaast zijn eigen taalbureau in Hilversum waar hij lessen klassieke talen en cultuur geeft aan volwassenen en bijlessen aan jongeren én hij werkt als dansleraar Latin, Ballroom, Salsa en Disco bij Danscentrum Cornelissen  in Utrecht!

An_adventure_with_a_lionDeze swingende docent klassieke talen zal ook regelmatig zijn verhaal doen als nieuwe TPRS blogschrijver op de TPRS Community Digischool. Casper heeft ook een eigen blog, Classiculus. Zijn laatste blogbijdrage gaat over de Griekse voorzetsels en daar heeft hij een prachtig tekeningetje bij van muizen, kaas en een kat, maar ook een geweldige tekening van een leeuw en een man. Verder geeft hij er uitleg hoe je zo’n voorzetsel-les zou kunnen doen. Al eerder heeft Casper op zijn blog geschreven over de Latijnse voorzetsels. Daar legt hij uit dat hij begint met TPR; dat geeft hij bij de Griekse voorzetsels niet expliciet aan, maar ook hier kun je uiteraard beginnen met TPR. Bij de plaatjes zou ik ook nog vragen stellen als : Is/zit de kat achter de kaas? Juist, de kat is/zit achter de kaas! Zit de kat voor de kaas? Prima, de kat zit achter de kaas, de kat zit niet voor de kaas. Zijn de muizen achter de kaas? Juist, de muizen zitten niet achter de kaas, de muizen zitten voor en in de kaas. De kat zit achter de kaas. Wie zitten er voor en in de kaas? Ja, de muizen zitten voor en in de kaas! Ben jij achter de kaas? Inderdaad, jij bent in de klas en jij bent niet achter de kaas. Wie zit achter de kaas? Klopt, de kat zit achter de kaas. Eerst deze vragen stellen, alvorens over te gaan tot de “waar” vragen. Dus via cirkelvragen eerst samen het vocabulaire verder opbouwen, nadat er met TPR al een start is gemaakt. Voor de voorzetsels in het Latijn heeft Casper ook nog andere les voorbeelden, met een plaatje erbij van een hamster. Die staan op deze bladzijde van zijn blog. Je zou ze (diagnostisch) kunnen toetsen met een tekendictee.

Voor degenen voor wie TPR een onbekende term is: de afkorting staat voor Total Physical Response = een taal letterlijk al doende en fysiek leren. TPR is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door James Asher en er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In Nederland en België is (en wordt) het veel gebruikt bij NT2, maar bij de moderne vreemde talen wordt het amper ingezet, hoogstens eens als onderdeel van een lesje over bijvoorbeeld, jawel, de voorzetsels of het lichaam of de dagelijkse routine. Maar daarmee doe je TPR écht tekort! Sinds ik per januari schrijf op dit blog over de TPRS technieken die Ben Slavic beschrijft in zijn boek TPRS in a Year! ben ik weer meer met TPR gaan doen in de les. Niet heel lang steeds, maar het is als brainbreak en als onderdeel waarbij  de lichamelijk-kinesthetische intelligentie aan wordt gesproken een prettig onderdeel van de les, waarbij iedereen even lekker beweegt en we zo samen lol hebben én er tevens goede taalverwerving op de lange termijn plaats vindt.

TPRS is ontwikkeld door Blaine Ray vanuit TPR, nadat hij er een tijd succesvol mee gewerkt had, maar ook tegen de grenzen van TPR op was gelopen.

Ik vind dat TPR en TPRS elkaar prachtig aanvullen! In het Nederlandstalige handboek Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely staat een korte uitleg over hoe je TPR toe kunt passen :

  • Bijlage C, Frequentielijsten en TPR woordenlijst
  • Bijlage F, Beginnen met TPR

Voor wie zich verder in de praktijk van  TPR wil verdiepen: Ramiro Garcia heeft een praktisch boek geschreven over het gebruik van TPR in de taalles: Instructor’s notebook, how to apply TPR for best results.