World Kamishibai Day 7 december

Op 7 december viert men wereldwijd World Kamishibai Day. Op de website van IKAJA, the International Kamishibai Association of Japan staat te lezen: “On this day we wish for peace on Earth as we share kamishibai together. Join people who love kamishibai by performing it throughout Japan and the world! Let us spread the joy of kyokan, the sharing of feelings to live life together.”

Wat is Kamishibai? Heel kort gezegd: verteltheater. Het komt oorspronkelijk uit Japan, waar het voorgangers had als beeldrollen, waarbij priesters een verhaal vertelden en de beelden zich ontrolden en de uit Nederland overgewaaide toverlantaarns, maar ook papieren poppetjes op stokjes in mini-theatertjes. Van grote invloed was ook de stomme fim, waar vertellers gezeten aan de linkerkant van het scherm het verhaal vertelden, dialogen weergaven, commentaar gaven en geluidseffecten maakten.

In het boek “Aan de slag met kamishibai” van Inge Umans kun je lezen: “(…) dynamische tekeningen op papier. In het begin stond de tekst nog niet op de achterkant van de tekeningen. De verteller vertelde en zong het verhaal in interactie met zijn publiek. Eerst werd de vertelkast aan een stok over de schouders meegedragen. Later, toen de fiets ingeburgerd raakte, monteerden vertellers het theater achter op hun fiets.” De vertellers verkochten eerst snoep aan de kinderen die afkwamen op zijn strategisch geplaatste theatertje en daarna begon het vertellen. Voor elk wat wils: actie- en avonturenverhalen, melodrama en stripverhalen (manga). Door de opkomst van de tv verdwenen de kamishibaivertellers uit het straatbeeld. Overigens werd de tv in de begintijd ‘denki kamishibai’ genoemd: electrische kamishibai.

Tegenwoordig is de kamishibai weer in opkomst, op (kamishibai) vertelfestivals en ook in het onderwijs. Speciaal voor het onderwijs is het Engelstalige boek “The Kamishibai classroom, engaging multiple literacies through the art of ‘Paper Theater’ ” door Tara M. McGowan. Ik heb het via Amazon.nl besteld en had het binnen een week in huis. In The kamishibao classroom vind je naast de geschiedenis over het ontstaan meer over: hoe kun je het gebruiken om het schrijfproces te doceren, participatieve kamishibai door te spelen met taal, verhaal opbouw met een brug naar het schrijfproces, vakoverstijgend gebruik van kamishibai. McGowan zegt in de conclusie van haar boek: de specifieke kenmerken van kamishibai maken het voor leerlingen mogelijk om visueel perspectief en verhaalstructuur concreet en tastbaar te maken.

Inge Umans geeft in haar praktische boek ‘Aan de slag met kamishibai‘ aan hoe je een verhaal kiest, hoe je je voorbereidt, hoe je de vertelkast gebruikt en bij 15 verhalen geeft ze aan hoe je die kunt vertellen en wat je er nog meer omheen kunt doen, met achtergrondverhalen en -literatuur. Je kunt de kamishibaiverhalen volgens Inge aan iedereen vertellen:

  • peuters in een kinderdagverblijf
  • kleuters
  • leerlingen in het PO
  • leerlingenin het VO
  • volwassenen in het NT2 onderwijs
  • Ik voeg er nog aan toe: al het MVT onderwijs
  • ouderen, al dan niet in een tehuis

Inge gebruikte de kamishibai bijvoorbeeld bij haar alfa’s tussen de 12 en 18 jaar om hen te laten ervaren hoe een verhaal opgebouwd is, met een begin, middenstuk en einde. Hiermee leerden ze hoe ze hun eigen verhaal konden overbrengen en ze kregen meer zelfvertrouwen om te praten.

Je kunt onder andere bij de Vlaamse uitgeverij De Eenhoorn veel kamishibai verhalen aanschaffen. Die geven ook het boek van Inge Umans uit. Je kunt het gewoon bij je lokale boekhandel laten bezorgen, zonder extra kosten.

Waar ook veel te vinden is over kamishibai is bij de bijzondere organisatie ABC – Art Basics for Children in Brussel. Zo vind je er bouwplaten hoe je zelf een kamishibai theatertje kunt maken, maar ook een kamishibai-cahier: “Deze publicatie bundelt heel wat ideeën om met de kamishibai te werken, in klasverband, of in de vrije tijd. Taalplezier & sensibilisering staan centraal: de kamishibai is een prachtig instrument om ook met kinderen met taalproblemen aan de slag te gaan. Dit cahier kan en wil daarbij inspireren.” Je kunt er een heel kamishibai pakket aanschaffen, inclusief theater en kamishibai vertelplaten. Zij geven ook kamishibai workshops.

In Nederland heeft Karin Wanrooij kamishibai op de kaart gezet. Zij heeft een boek geschreven: “Kamishibai. De Magie van het vertelkastje”; het boek is per email via de site van Kinderhart Kamishibai. Karin Wanrooij heeft Kinderhart Kamishibai in 2001 opgericht. Zij is Japanologe en bedrijfskundige en vertaalt onder meer (Japanse) kinderboeken in het Nederlands. Zij raakte meteen enthousiast over kamishibai, toen zij als tolk en vertaler van een team van Japanse schrijvers, vertellers en uitgevers voor het eerst met kamishibai kennismaakte .

Hoe ziet het er nu uit, zo’n verhaal? Ik laat hieronder een paar voorbeelden zien die je op YouTube kunt vinden:

Kamishibai – Prinses Arabella is jarig door Mylo Freeman
Kamishibaï Le Souci de la souris – Médiathèque Pablo-Neruda Malakoff
The Three Magic Charms: a kamishibai tale – Genevieve Waller, Crooked Door Storytelling
Vertellen of voorlezen met een Kamishibai – Daniël Albering van boekhandel De kleine kapitein

Tara McGowan van The kamishibai classroom moedigt aan om naar buiten te treden met kamishibai, omdat het een interactief en zich ontwikkelend medium is, van communicatie in-het-moment tussen de verhalenverteller en het publiek. Ze noemt ook de verschuiving van openbaar & buiten en dichtbij naar de binnenhuis tv- en computerschermen en het worldwide web, zoals je dat kunt zien in het verhaal van Kamishibai man (dat Inge hieronder vertelt). McGowan zegt: cultuur is een werkwoord, waaraan we allemaal actief intergenerationeel bijdragen en vernieuwen. Laat kamishibai daar een rol bij spelen in onze gemeenschappen, ook om de hoek!

Op Facebook heeft Inge Umans de groep Aan de slag met kamishibai gemaakt, waar kamishibaivertellers met elkaar uit kunnen wisselen. Ook geeft zij workshops over kamishibai, bijvoorbeeld op woensdag 27 januari 2021 in Leuven, België: ‘Kamishibai inzetten in de klas‘. Hieronder zie je Inge Umans, die het verhaal ‘Kamishibaiman’ van Allan Say vertelt.

Mijn Sinterklaascadeau! How to tell a story

How_to_tell_a_story

How to tell a story – Daniel Nayeri and Brian Won

Net is mijn Sinterklaascadeautje thuisbezorgd door DPD! Wat is die Sint toch een moderne goedheiligman! En hij weet waar hij iemand blij mee kan maken.

Gelukkig heeft het lot mij toebedeeld met een ruime fantasie, maar Zoals Carol Gaab altijd al zegt: “Brains crave novelty”. Dit is weer een leuke tool om aan je CI/TPRS lessen toe te voegen, ter variatie, ter leringh ende vermaek en gewoon voor krachtige taalverwerving, met humor. Maar je kunt het ook gebruiken vóórdat je de les ingaat, bij het schrijven van leestekstjes, die aansluiten bij je doelstructuren.

Ik heb ook wel gewerkt met Rory’s storytelling cubes, maar dat is toch geen blijvertje geworden. Ik geloof dat ik deze dobbelstenen leuker vind. We zullen ze de komende tijd eens uit gaan proberen! Vooral als je klassen/groepen hebt waar niet zoveel uitkomt qua fantasie, kan dit een handige aanvulling zijn.

In de doos van plusminus 21×21 cm zitten 20 prachtige full-colour geïllustreerde dobbelstenen van 3,3 x 3,3 cm en een klein bijbehorend (Engelstalig) 144 pagina’s tellend boekje, tevens full colour. Alle plaatjes van de dobbelstenen staan ook op de binnenkant van de voor- en achterkaft en op het eerste en laatste blad, met de namen erbij geschreven. Vooral voor de plaatjes met de emoties is dat wel handig, alhoewel je er natuurlijk altijd je eigen slinger aan kunt geven.  

Het boekje gidst door de principes van creatief verhalen maken. Je vindt er de essentiële onderdelen zoals “problemen” : van die dingen waar niemand in het echte leven van houdt, maar zonder welke geen enkel verhaal een aanvang zou kunnen nemen maar natuurlijk ook: personnages, motieven, dialogen, thema’s en uiteraard de climax. Als je door het boek bladert, word je stapsgewijs door allerlei verhaalmogelijkheden geleid. 

De blokken zijn gecodeerd met kleuren, elke kleur heeft losjes te maken met: mensen of dieren (rood/cirkel), dingen (blauw/ vierkant). Leuk! Ik vraag altijd aan het begin, als we een verhaal gaan maken: “Was er een mens, een dier of een ding?” En dan vis ik net zo lang tot er opeens een verhaal op begint te doemen. Andere kleuren: oranje/driehoek = plaatsen, geel/druppelvorm = beschrijving emoties, groen/pijl = acties, paars/hart = relaties. 

Een voorbeeld op pagina 10: “Roll 20 blokken en pak 1 rode cirkel en 1 blauw vierkant. Vertel nu een verhaal met “rode cirkel” als hoofdpersoon die niets liever wil dan een “blauw vierkant” te hebben. [Zie je hier Terry’s Super Seven?! AL] Het verhaal zou op deze manier kunnen gaan over een galante ridder die op zoek gaat naar een prijswinnende taco; of over een jonge bibliotheekmedewerker die zijn eigen vuurtoren wil hebben.”

De auteur drukt op het hart: de kleuren zijn richtlijnen, maak er geen gevangenis van! Als je van een “blauw vierkant” een hoofdpersoon wilt maken: gewoon doen! 

Daniel heeft allerlei interessante oefeningen voor “workouts” in zijn “imaginasium”.

Het enige wat ik mis, is een index: daar blinken de Amerikanen niet in uit, in indexen in hun boeken… Ik heb dus zelf even een overzichtje gemaakt: want er is zeker overzicht! Aan het eind van elk hoofdstukje vind je “So what have we learned?” = pagina’s 38, 60, 83, 103, 128, 139. Daarachter staan dan altijd 1 à 3 pagina’s met “prompts”: zinnetjes die je kunt gebruiken om een start te maken of verder te gaan met een verhaal: pagina’s 39-41, 61-63, 84-85, 104-105, 129, 140. En na de prompts staan er een aantal spellen van 1 à 2 tot 4 à 5 spelers: pagina’s 42, 64, 86, 106, 130. De spellen zijn output gericht. 

Happy rolling! “And that’s when the magic starts to happen!”

TPRS – If a child can’t learn the way we teach, maybe we should teach the way they learn

If-a-child-cant-learn

“Als een kind niet kan leren op de manier waarop wij doceren, misschien moeten we dan doceren op de manier waarop zij leren” – Ignacio Estrada.

TPRS houdt rekening met hoe ons brein taal verwerft en taallessen die gebaseerd zijn op TPRS zijn daarom zodanig, dat degene die de taal aan het leren is – of dat nou een kind is of een volwassene – de taal op zijn eigen manier kan verwerven. De docent doceert dus bewust met technieken die aansluiten bij de manier waarop de individuele leerling leert. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek spreekt men bij TPRS liever niet van het woord ‘leren’, omdat het merendeel van de mensen taal onbewust verwerft – iets wat overigens veel taaldocenten niet beseffen! Door samen verhalen te maken in de doeltaal en door het lezen van 95% begrijpelijke teksten/verhalen is de focus op het verhaal en niet op de taal ‘an sich’ en daarmee kan de leerling de taal dus ook daadwerkelijk onbewust verwerven.

“Doceren op de manier waarop de leerlingen leren” → TPRS is breinvriendelijk omdat het rekening houdt met meervoudige intelligenties. Kijk maar eens naar de voorbeelden m.b.t. meervoudige intelligenties hieronder (niet onuitputtelijk)
                                             N.B. hierbij is > 90% van de les in de doeltaal!)

  • de linguïstisch-verbale (bv. het gebruik van hoogfrequente grammaticale structuren, het maken van het verhaal via speciale vragentechnieken [auditief: luisteren en spreken], lezen, schrijven – hé dat zijn alle taalvaardigheden op een rijtje!)
  • de logisch-mathematische (pop-up grammatica, begripschecks)
  • de visueel-ruimtelijke (TPR, tekenen, ‘snapshots’ van scènes, attributen, ‘acteurs’)
  • de lichamelijk-kinesthetische (TPR, ‘acteurs’ [=leerlingen die het verhaal uitbeelden], gebaren om woorden aan te duiden [echter anders dan dat bij AIM gebeurt!])
  • de interpersoonlijke (de interactie van de docent met de leerlingen via het [hardop] vragen van verhalen, waarbij de leerlingen zorgen voor de input voor het verhaal en zij zo samen met elkaar verhalen scheppen. En meer in het bijzonder ook de persoonlijke vragen aan de leerlingen (PQA)).
  • de intrapersoonlijke (pop-up grammatica, begripschecks, ‘speedwrites’)
  • de natuurgerichte (praten over het weer, (huis)dieren)

Teach Students, not Curriculum  - poster Susan GrossWat ook het mooie is van TPRS, is dat de docent elke les differentieert : naast de algemene vragen voor de klas als geheel, krijgt iedereen wat hij of zij persoonlijk nodig heeft. De langzame verwerkers krijgen andere vragen en opdrachten dan de ‘gemiddelde’ leerlingen en de ‘supersterren’ kunnen uitblinken op hun manier door speciale op hun lijf gesneden vragen en opdrachten. En het bijzondere is: dit alles gaat tijdens de les in een vloeiende beweging door, de docent heeft er geen extra werk door! Wel dient hij zijn leerlingen goed te observeren en te kennen, om te weten wie wat nodig heeft.

Een gevleugelde uitdrukking in TPRS is: “Teach students notHPIM2046 curriculum”

Hopelijk is uit voorgaande duidelijk geworden, dat de docent die met TPRS werkt dus geen ouderwets grammatica-onderwijs of zogenaamd ‘communicatief taalonderwijs’ voorschotelt, waarbij iedereen hetzelfde krijgt en wat merendeels gebaseerd is op traditie en een paar snufjes moderniteit (mobieltje of IPad in de les gebruiken) en waarbij er vooral heel veel (digitale) werkbladen ingevuld worden door de leerling en er amper in de doeltaal geluisterd en gesproken wordt. Is dat doceren op de manier waarop zij leren?

Hierboven is diverse keren ‘TPRS-jargon’ gebruikt – wil je daar meer over weten, lees dan Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely.

De afbeelding met de quote van Ignacio Estrada is afkomstig van deze site.
De poster “Teach students not curriculum” is afkomstig van de website van Susan Gross en is daar als postertje te bestellen.