TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

We zijn inmiddels aanbeland bij TPRS Stap 2 – Het verhaal vragen – en bij de eerste techniek daarvan, ook ‘Het verhaal vragen’ geheten. Dit vind ik één van de leukste onderdelen van TPRS : samen met elkaar een verhaal scheppen. Altijd weer een verrassing wat eruit gaat komen! Daar kan ik zó blij van worden!

Tripps_scriptsBen maakt bij het vragen van verhalen veel gebruik van de story scripts van Ann Matava en ook van die van Jimm Tripp. Ben zegt dat hij werkt met Jimm’s scripts :

  1. omdat ze werken
  2. de meeste hebben twee versies: een originele en een uitgebreidere, wat Jimm’s uitvinding is (opmerking Alike : eigenlijk is dit een voorloper van de Embedded readings!). Het geeft de docent opties die Ben niet eerder heeft gezien bij verhaalscripts
  3. sommige hebben te maken met bepaalde feesten, wat hem een hoop planning bespaart
  4. de doelstructuren zijn simpel, dus hun inhoud bevat woorden die meestal al eerder aan bod zijn gekomen in de les (een vereiste voor verhaalscripts)
  5. de ideeën en plots zijn even goed als die van Ann Matava en dat wil iets zeggen!

uit: Het voorwoord van Ben Slavic in Tripp’s scripts; simple and successful TPRS story scripts. Over enkele weken meer over de Verhaalscripts  als we bij techniek 24 zijn aanbeland, Je eigen verhaalscripts creëren. Je kunt de eerste tien pagina’s, inclusief 1 verhaalscript + uitgebreid verhaalscript van Tripp’s scripts hier inkijken.

Ik heb dit jaar gebruik gemaakt van de structuren uit de Look I Can Talk serie van Blaine Ray voor Frans I (die er ook is voor Spaans, Engels en Duits.). Het voordeel van deze structuren is dat ze uiteraard gebaseerd zijn op hoogfrequentie, maar ook dat ze aansluiten op de leesboekjes van Blaine.

We hebben bij de beginners en de ERK-A1 groep geen gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I Can Talk. Hilde-Marie Kok, mijn collega in Bussum van Vrolijk & Frans heeft de verhalen geschreven en ik heb ze verder bewerkt. Voor de ERK-A2 en de ERK-B1 groepen hebben we gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I’m really Talking, Frans III. In het begin heb ik met deze gevorderden verhalen gemaakt bij de structuren, maar ze wilden liever in het Frans praten over allerlei dingen waar ze in het dagelijks leven mee bezig zijn en over de actualiteit. Ze hebben toen voor het huiswerk de links gekregen naar de filmpjes met de vragen die Hilde-Marie heeft gemaakt bij deze leesverhalen. In de les stelden ze dan achteraf eventueel wat vragen als er een onduidelijkheid was. Het cirkelen  vonden ze in de B1 groepen te simpel, dus we zijn de vragen meer gaan stellen met de vraagwoorden: vragen die hoger op de ‘vragenladder’ staan. Cirkelvragen zijn de eenvoudigste vragen en die zitten onderaan de ladder, met hun ‘ja’, ‘nee’ en ‘1-woord’ antwoorden. Bovenaan de ladder komen de creatieve antwoorden in lange zinnen, met eventueel bijzinnen. Deze werkwijze bleek voor de A2 echter weer nét te moeilijk te worden… Tegelijkertijd hebben ze het boekje gelezen van Le voyage perdu; je kunt hier een inkijkje in het boekje nemen.  Met de A2 hebben we het boekje in de les gelezen; de B1’ers hebben het thuis gelezen.

Ik denk dat ik volgend jaar meer met de verhaalscripts van Ann en Jimm wil gaan werken op de lagere niveaus. Ze zijn briljant in hun eenvoud en ik heb het gevoel dat ze ondergewaardeerd worden; in ieder geval door mij. En als ik kijk naar de webshop van Taalleermethoden.nl, dan is er de afgelopen jaren amper interesse voor Tripp’s scripts geweest, terwijl je hiermee juist de verhalen aan kunt jagen, wat veel collega’s nou precies zo moeilijk vinden. In de training TPRS 3, ingewijde gebruiker, zijn de story scripts een van de thema’s en daar krijg je ook Jimm’s boek bij de training.

TPRS in een jaar – techniek 5 – Cirkelen – de lespraktijk

#TPRS in een jaar – techniek 5 – Cirkelen – de lespraktijk

Klassieke atoommodel.jpgVanaf les 1 ben je bij TPRS altijd bezig met cirkelen, zelfs al begin je nog  niet met een verhaal, zoals Ben bijvoorbeeld doet aan het begin van het jaar ; hij begint dan met “Cirkelen met ballen”.

Als men een nieuwe taal wil leren spreken, dan is herhaling daarbij bijzonder belangrijk. Via cirkelen kun je deze broodnodige herhaling krijgen. Echter, herhaling kan dodelijk saai zijn. Door de leerlingen zelf de input te laten geven voor de verhalen, kun je al een stuk betrokkenheid en ook humor krijgen, beide belangrijk om de herhaling wat te ‘maskeren’. Ook door de persoonlijke vragen – PQA en uitgebreide PQA – kun je meer betrokkenheid krijgen en herhaling. En door het gebruiken van leerling-acteurs. Dit laatste doe ik (nog?) te weinig.

Het bijzondere van vragen stellen is, dat ons brein op vragen wil antwoorden, ook in een andere taal. Het komt in een bepaalde ‘mood’ en de taal wordt onbewust en eigenlijk verworven als een  ‘bijproduct’ van het vragen stellen en van de verhalen. Daarbij zijn verhalen ook nog eens beeldend, wat een beroep doet op onze rechterhersenhelft en de taal dus met meer linken in ons brein op wordt geslagen. Ik maak heel veel verhalen met heel veel groepen, maar kan ze over het algemeen toch goed onthouden, omdat ik ze helemaal voor me zie, als een film.

Afgelopen lessen met de beginners en A1 ben ik in beide gevallen vanuit het persoonlijke een verhaal gaan ontwikkelen. De structuren waren:

  • hij/zij had … voor hem
  • hij/zij was verrukt van …
  • hij/zij heeft … gekocht en hij/zij heeft hem/het gegeven
  • jij/u zult hebben (jullie zullen hebben)

We hebben er eerst weer gebaren bij verzonnen en toen vroeg ik wie iets voor iemand anders had en wat. Dat werden respectievelijk een cd van Bob Marley en een grillpan (beginners/A1). de verhaaltjes bleven vrij eenvoudig, maar de betrokkenheid was groot. Het is opvallend dat de meesten nu al in hele zinnen terug kunnen antwoorden, als ik de cirkelvragen stel!

Het aanwijzen deed ik weer met de laserpointer; ik had een ophangsysteem gemaakt voor 6 geplastificeerde A3 kaarten, via spanbanden en we zijn met z’n tweeën iets van een uur bezig geweest en toen we het ophingen, bolde het op. Dat was dus niks… Nu gaan we volgende week dunne houten platen aanschaffen en die op maat laten zagen en het daarop bevestigen. Wat een gedoe! In de toekomst zal dit gekneuter vast anders gaan. Dat krijg je als je pioniert… Het zij zo! Volgende week de foto’s!

Cirkelen lijkt gemakkelijk; het is ook geen ingewikkelde techniek. Toch merk ik altijd bij trainingen, dat de meeste mensen er even in moeten komen. Vaak cirkelt men vooral het lijdend voorwerp of de bijwoordelijke bepaling, terwijl men bijvoorbeeld eigenlijk begonnen was met het onderwerp en het onderwerp wilde cirkelen. Het werkwoord wordt vaak vergeten en wordt dan helemaal niet gecirkeld. Bij de werkwoorden komt ook de vaak de lastige vraag “Wat deed …?” en daarbij komt geen van de gecirkelde werkwoorden aan bod, wat in het begin lastig kan zijn voor de leerlingen.

Als je zelf eens wilt oefenen met cirkelen: Hier kun je een lesschema downloaden, waar je ter voorbereiding van een les de structuren & de cirkelzinnen kunt invullen (en nog veel meer overigens, bv. PQA vragen en dialoogjes voor het verhaal). Ook goed om in te vullen als oefening om het cirkelen voor te bereiden. Met de klas zul je waarschijnlijk een heel ander verhaal maken dan je voorbereid hebt, omdat je de leerlingen inspraak geeft in het verhaal. Meer hierover later bij de Stap 2 technieken, want we zijn nu nog steeds bezig met de Stap 1 technieken, Betekenis geven & persoonlijk maken.

Filmpjes van Ben over circling and circling with balls kun je zien via  zijn video channel: http://www.youtube.com/user/benslavic. Ben is de ‘filosoof van de TPRS-familie’, dus hij neemt nogal eens de tijd om dingen te vertellen.

De afbeelding is afkomstig van : http://benniemols.blogspot.nl/2009_03_01_archive.html

2

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 5 – Cirkelen

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 5 – Cirkelen

Cirkelen is dé basisvragentechniek voor TPR Storytelling. Ben geeft in hoofdstuk 5 over cirkelen aan, dat uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat output alleen maar ontstaat als er eerst enorm veel BEGRIJPELIJKE input gegeven is en dat om die reden LUISTEREN bij uitstek de focus dient te zijn van alle vreemde taal instructie en dat cirkelen bij uitstek het middel is voor het geven van begrijpelijke input.

TPRS_circle_Susan_GrossSimpel gezegd komt cirkelen neer op het stellen van vragen over alle onderdelen van de zin met de (nieuwe) structuren van die les en het zijn vragen:

  1. waarop het antwoord “ja” is
  2. waarop het antwoord “nee” is
  3. met of/of
  4. met een vraagwoord – altijd pas na 1, 2 en 3!

Je stelt de vragen over alle zinsdelen. Je stelt ze niet mechanisch steeds in dezelfde volgorde, maar je speelt ermee en vraagt nu eens naar het onderwerp, dan naar het werkwoord etc.  De klas antwoordt hierop in koor ; in het begin zal het antwoord vaak alleen nog maar 1 woord zijn, zoals “ja / nee / drinken / Pierre / water “. Hoe meer vocabulaire de leerlingen verworven hebben, hoe meer ze kunnen gaan antwoorden in langere zinnen. Dit is ook individueel verschillend. De output moet vooral niet geforceerd worden!

Ben geeft aan dat je kunt stoppen met het cirkelen van een bepaalde structuur, als je merkt dat de klas met vertrouwen reageert op wat je zegt.

Hier kun je een vertaling downloaden van Susan’s cirkelschema.

Hier kun je een Nederlandstalig voorbeeld zien van cirkelvragen = 13 verschillende vragen stellen over dezelfde zin : TPRS vertaling van Susan Gross: Hoe 13 vragen over 1 zin te stellen?

Ben vermeldt dit niet, maar bijvoorbeeld Beth Skelton gebruikt geen cirkel maar een ladder, waarbij je onderop de ladder vragen hebt van het laagste niveau – hierboven de vragen 1, 2 en 3 –  en daarboven komen dan de vragen met vraagwoorden, eerst nog vragen waarbij de vocabulaire al in de vraag zit (wie-vraag), dan vragen waarbij de vocabulaire door de eerdere vragen al bekend is geworden en bovenaan de ladder vragen met vraagwoorden van het hoogste niveau,  waarop creatieve antwoorden mogelijk zijn, met vocabulaire die uit het verleden bekend is.

Ben geeft ook nog een voorbeeld dat je nieuwe liedjes ook kunt cirkelen, waarbij je de leerlingen het liedje uit laat beelden en je steeds kleine scènes maakt van elke zin, die je dan via cirkelen gaat bevragen.

Cirkelen is de TPRS-techniek waarop alle andere technieken drijven, zoals PQA en uitgebreide PQA, verhalen vragen en alle begrijpelijke input. Iemand postte eens op de moretprslist: “Circle or die!”

De afbeelding is afkomstig van de website van Susan Gross en is daar als postertje te bestellen.