TPRS – If a child can’t learn the way we teach, maybe we should teach the way they learn

If-a-child-cant-learn

“Als een kind niet kan leren op de manier waarop wij doceren, misschien moeten we dan doceren op de manier waarop zij leren” – Ignacio Estrada.

TPRS houdt rekening met hoe ons brein taal verwerft en taallessen die gebaseerd zijn op TPRS zijn daarom zodanig, dat degene die de taal aan het leren is – of dat nou een kind is of een volwassene – de taal op zijn eigen manier kan verwerven. De docent doceert dus bewust met technieken die aansluiten bij de manier waarop de individuele leerling leert. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek spreekt men bij TPRS liever niet van het woord ‘leren’, omdat het merendeel van de mensen taal onbewust verwerft – iets wat overigens veel taaldocenten niet beseffen! Door samen verhalen te maken in de doeltaal en door het lezen van 95% begrijpelijke teksten/verhalen is de focus op het verhaal en niet op de taal ‘an sich’ en daarmee kan de leerling de taal dus ook daadwerkelijk onbewust verwerven.

“Doceren op de manier waarop de leerlingen leren” → TPRS is breinvriendelijk omdat het rekening houdt met meervoudige intelligenties. Kijk maar eens naar de voorbeelden m.b.t. meervoudige intelligenties hieronder (niet onuitputtelijk)
                                             N.B. hierbij is > 90% van de les in de doeltaal!)

  • de linguïstisch-verbale (bv. het gebruik van hoogfrequente grammaticale structuren, het maken van het verhaal via speciale vragentechnieken [auditief: luisteren en spreken], lezen, schrijven – hé dat zijn alle taalvaardigheden op een rijtje!)
  • de logisch-mathematische (pop-up grammatica, begripschecks)
  • de visueel-ruimtelijke (TPR, tekenen, ‘snapshots’ van scènes, attributen, ‘acteurs’)
  • de lichamelijk-kinesthetische (TPR, ‘acteurs’ [=leerlingen die het verhaal uitbeelden], gebaren om woorden aan te duiden [echter anders dan dat bij AIM gebeurt!])
  • de interpersoonlijke (de interactie van de docent met de leerlingen via het [hardop] vragen van verhalen, waarbij de leerlingen zorgen voor de input voor het verhaal en zij zo samen met elkaar verhalen scheppen. En meer in het bijzonder ook de persoonlijke vragen aan de leerlingen (PQA)).
  • de intrapersoonlijke (pop-up grammatica, begripschecks, ‘speedwrites’)
  • de natuurgerichte (praten over het weer, (huis)dieren)

Teach Students, not Curriculum  - poster Susan GrossWat ook het mooie is van TPRS, is dat de docent elke les differentieert : naast de algemene vragen voor de klas als geheel, krijgt iedereen wat hij of zij persoonlijk nodig heeft. De langzame verwerkers krijgen andere vragen en opdrachten dan de ‘gemiddelde’ leerlingen en de ‘supersterren’ kunnen uitblinken op hun manier door speciale op hun lijf gesneden vragen en opdrachten. En het bijzondere is: dit alles gaat tijdens de les in een vloeiende beweging door, de docent heeft er geen extra werk door! Wel dient hij zijn leerlingen goed te observeren en te kennen, om te weten wie wat nodig heeft.

Een gevleugelde uitdrukking in TPRS is: “Teach students notHPIM2046 curriculum”

Hopelijk is uit voorgaande duidelijk geworden, dat de docent die met TPRS werkt dus geen ouderwets grammatica-onderwijs of zogenaamd ‘communicatief taalonderwijs’ voorschotelt, waarbij iedereen hetzelfde krijgt en wat merendeels gebaseerd is op traditie en een paar snufjes moderniteit (mobieltje of IPad in de les gebruiken) en waarbij er vooral heel veel (digitale) werkbladen ingevuld worden door de leerling en er amper in de doeltaal geluisterd en gesproken wordt. Is dat doceren op de manier waarop zij leren?

Hierboven is diverse keren ‘TPRS-jargon’ gebruikt – wil je daar meer over weten, lees dan Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely.

De afbeelding met de quote van Ignacio Estrada is afkomstig van deze site.
De poster “Teach students not curriculum” is afkomstig van de website van Susan Gross en is daar als postertje te bestellen.

TPRS in een jaar – techniek 4 – aanwijzen en pauzeren – de lespraktijk

TPRS in een jaar – techniek 4 – aanwijzen en pauzeren

ik_houd_van_te_pauzeren_speldbutton-p145228950959889453en88u_325Nou, het is wel goed dat ik dit blog bij ben gaan houden, want nu moet ik ‘verplicht’ meer aan zelfreflectie doen en door onze volle programma’s in het onderwijs, wil zelfreflectie er nog wel eens flink bij inschieten…

Bij de volwassen beginners en A1’ers heb ik in het begin veel aangewezen, maar wellicht niet altijd voldoende gepauzeerd. De laatste tijd wijs ik veel minder aan, besef ik nu. En daar heb ik wel redenen voor, maar dat mag geen excuus zijn, dus daar moet ik dan toch een andere oplossing voor zien te vinden.

De redenen: de structuren heb ik op A3 posters gezet (tekst Frans in blauw) en de vertalingen op A3 posters (tekst Nederlands in groen). Ook werk ik met de beamer, waarmee de structuren geprojecteerd worden. Elke week komen er drie structuren bij, dus bij les 15 heb je al 30 posters… We zitten in een lokaal dat eigenlijk bedoeld is voor schilder- en boetseercursussen. Het is er heel lastig om die posters op te hangen en helaas kan ik ze er ook niet laten hangen. Verder heb ik ze gelamineerd met glanzend plastic, en die reflecteren door de tl-buizen… Oftewel, geen ideale omstandigheden. Dat, plus het werk van het steeds ophangen en het gebrek aan goede plek daarvoor en de groeiende hoeveelheid hebben ervoor gezorgd dat ik de laatste lessen steeds die poster oppak waar een structuur opstaat waar we het over hebben en daarnaast de poster met de vertaling houd. De betekent dat ik niet meer aan kan wijzen. Dit moet ik dus gaan veranderen, want ik ben het met Ben eens, dat dit een belangrijke techniek is, die in mijn ogen ook samenhangt met techniek 6, “langzaam gaan”. Maar daarover meer over enkele weken.

Afgelopen dinsdag heb ik bij de A1 en de beginners weer meer met mijn laserpointer gewerkt en heb ik de laser langzaam langs de woorden laten gaan – die geprojecteerd werden met de beamer – terwijl ik ze tegelijkertijd zei. Iedereen keek er heel goed naar en keek goed mee, dus ik zag dat dit aan een behoefte voldeed. Het bracht ook een stukje rust met zich mee, voelde ik. Ik denk omdat iedereen daardoor tegelijkertijd op hetzelfde gefocust werd en was.

Nog even over de techniek van vorige week – uitgebreide PQA – die toen zo jammerlijk mislukte. Bij de A1 groep schoot ik weer meteen een verhaal in; we gingen huppekee verder met het verhaal van vorige week. Op de één of andere manier werd het ook nog een ingewikkeld verhaal. Maar bij de Beginners ontstond er een prachtig verhaal, aansluitend op de actualiteit van de dag en waarin een cursiste de hoofdrol speelde en dat te maken had met de troonsafstand van de koningin. Omdat we al eerder een ‘koninklijk’ verhaal hebben gedaan, waren de woorden van koning en koningin al bekend. De structuren van deze week waren:

  • Zij hebben …bezocht [ werd: Gerrie heeft de koningin bezocht]
  • Hij/zij was verdrietig omdat …  [ de koningin was verdrietig omdat ze een geheim had]
  • Hij/zij wilde … want … [ de koningin wilde de kroon aan Willem-Alexander geven, want zij wilde permanent vakantie hebben]
  • Je moet komen [Gerrie moest onmiddellijk bij de koningin komen, want de  koningin had een geheim dat Gerrie mocht weten]

De cursiste speelde haar eigen rol met verve en het was een geanimeerde les, waarin we ook regelmatig de ik- en de jij-vormen konden gebruiken in allerlei dialoogvragen. Deze techniek gaan we er vaker ingooien!

Ik hoop de volgende week te kunnen vertellen over mijn oplossing voor de posters en er een foto van te kunnen laten zien en dan ook beter aan te kunnen wijzen. Ik vind een laserbeamer om aan te wijzen wel handig, maar mijn collega Chinees bijvoorbeeld wijst altijd met een aanwijsstok aan en ik merk dat ik dat als ‘lerende’ als prettig ervaar, prettiger dan wanneer het met de hand aan wordt gewezen. Ik denk omdat het preciezer is en je op elk woord heel duidelijk gericht wordt.

Lees aanstaande zondagmiddag het voorafje over TPRS techniek 5, cirkelen, dé basisvragentechniek van TPR storytelling.

Afbeelding van button “I love  to pause” komt van : http://www.zazzle.nl/ik_houd_van_te_pauzeren_speldbutton-145228950959889453

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 4 – aanwijzen en pauzeren

#TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 4 – aanwijzen en pauzeren.

Michelangelo Schepping van AdamOeps, per ongeluk de verkeerde datum genoteerd voor publicatie; excuses, daardoor een dagje later…. Bij techniek 4, aanwijzen en pauzeren wijst de docent de structuren, de vraagwoorden en de nieuwe woorden aan als hij ze zegt en dan pauzeert hij eventjes. De vertaling van de structuren in de doeltaal staat in een andere kleur naast die structuren. Bij NT2 is het niet altijd mogelijk om voor iedereen met dezelfde vertaling te werken of om überhaupt te schrijven/lezen. (Dat is weer een ander onderwerp; komen we later nog eens op terug).

Ben adviseert om de betekenis te versterken door de structuren en vraagwoorden aan te wijzen en vervolgens kort te pauzeren – dit ook te doen als je de woorden en structuren eerst al via gebaren aan hebt geleerd (techniek 1) en met het “verhaal vragen” bent begonnen : wijs alles aan wat je kunt en pauzeer dan – tot zo’n vijf seconden – terwijl de nieuwe informatie “naar binnen zinkt”. Hij zegt dat de docent dient te beseffen dat dit allemaal nieuwe informatie is voor de leerlingen!

De pauzetijd zorgt ervoor dat het brein de input ook kan verwerken – wat moeilijker is als de docent maar door blijft praten.

Ben vind dit een heel belangrijke techniek van TPRS, omdat deze ervoor zorgt dat de leerlingen meer betrokken zijn en ook omdat “de leerlingen heel wat minder opnemen dan wij denken dat ze doen” en dat techniek 4 er juist voor zorgt dat ze wél meer opnemen.

Dowel Ace hardware storeBen zegt dat hij aanwijst met een deuvel van zo’n 30 centimeter die hij bij een soort Amerikaanse GAMMA heeft aangeschaft en waar hij zwarte tape omheen heeft gewikkeld.

Tegenwoordig worden er ook veel laserpointers gebruikt om mee aan te wijzen – toen ik samen met Bryce de “Slow”workshop gaf in Las Vegas vertelde hij daar aan de groepen dat een laserpointer je soms ook te snel liet gaan, omdat je daar dan mee om je heen ging ‘schieten’.

Komende donderdagmiddag meer informatie over techniek 4 – aanwijzen en pauzeren – vanuit de lespraktijk

De handen van de Schepping van Adam van Michelangelo uit de Sixtijnse kapel komt van de website Speurders.nl

Het plaatje rechts zijn deuvels van de hardware store Ace.

TPRS in een jaar – techniek 1 – gebaren – de lespraktijk

Tadhall Tolk NederlandsTPRS in een jaar – techniek 1 – gebaren -de lespraktijk

Op 6 januari vind je uitleg bij techniek 1, werken met gebaren. Ik heb in 4 verschillende lessen de techniek van gebaren toegepast. Op de middelbare hotelschool heb ik ’t heel kort gehouden ; zij zijn niet ‘opgegroeid’ met TPRS en hebben tot nu toe altijd op de traditionele manier les gehad. Bij een paar klassen merkte ik dat ze heel vaak ‘je peux = ik kan/mag’ en ‘je veux= ik wil’ door elkaar halen. Ik heb met hen alleen de gebaren geoefend en in feite hebben we dus alleen TPR gedaan. (Helaas kan ik niet altijd met verhalen werken; dat leg ik later nog wel eens uit). Het was grappig dat men in beide klassen  met hetzelfde gebaar kwam voor ‘ik wil’, namelijk met twee vuisten op tafel slaan. Voor ‘ik kan’ kwamen ze in de ene klas met je arm buigen en een spierbal maken, in de andere klas kwamen ze met het gebaar van de armen in de lucht gooien, een soort juichgebaar.  Ik heb al vaker TPR met ze gedaan en de reacties zijn heel wisselend, van studenten die roepen of we dit niet altijd en de hele les kunnen doen, tot studenten die het zoooooooooooo kinderachtig vinden (degenen die zich o.h.a. juist niet zo volwassen gedragen!). Volgende les eens even kijken wat ze nog weten.

In twee andere lessen, lessen van anderhalf uur, met de beginners volwassenen en de A1 volwassenen heb ik de volgende structuren met gebaren gedaan:

TPRS structuren week 12

We begonnen met ‘hij wist’. Beide groepen kwamen met het gebaar van de wijsvinger links- of rechtsboven (linkshandig/rechtshandig) tegen je hoofd tikken en de vinger dan redelijk snel schuin omhoog steken. Eén persoon wilde een draaiende cirkelbeweging maken naast haar hoofd, en maakte daar in het NL een opmerking over, maar zij was de enige die dat zo wilde doen. Ik heb haar in het NL gezegd om dat evt. te doen als dat andere niet bij haar paste. Toen het na een aantal keer goed ging, zijn we ‘dat het mooi weer was’ als 1 chunk gaan doen (ze hebben al vrij in het begin diverse woorden van ‘het weer’ gehad, zoals ‘het is mooi weer, het is slecht weer’ – Meervoudige intelligenties – Natuurgerichte intelligentie – maar dat is weer een ander verhaal!). Als gebaar voor ‘mooi weer’, deden ze de armen uitspreidend in de lucht in de ene groep en in de andere leek het ook daarop. We combineerden de woorden soms: Hij wist dat het mooi weer was en soms deden we ook alleen deel 1 of deel 2. Vervolgens zijn we ‘moest’ gaan doen. De ene groep kwam met een wijsvinger naar voren gestoken (ook vaak gebruikt als ‘waarschuwend vingertje), de andere groep kwam met een gebaar dat ik nu vergeten ben. ‘Zoeken’ hadden we al in eerdere lessen gedaan, hand plat boven de ogen en je hoofd van links naar rechts draaien. Toen ‘hij besefte’; daarbij kwam een gebaar :  je hand tegen je voorhoofd slaan en dan weer schuin omhoog steken. Ik heb de gebaren in de ene groep ook nog met de ogen dicht gedaan en bij de andere niet. Opvallend vond ik daarbij dat 1 persoon die hier altijd heel goed in is, met de ogen dicht helemaal de draad kwijt was. Het ging voor hem misschien toch te snel? maar de woorden komen daarna nog uitgebreid bij het verhaal vragen terug, dus ik vind het niet zorgelijk.

Hoe lang heeft dit alles geduurd? Ik denk een minuut of 5 à 7? Iedereen deed intensief mee – ze zijn het al gewend vanuit de TPR die we altijd voor het liedje deden – deze keer niet gedaan – het zou anders teveel worden, had ik het gevoel. Dat gaven de beginners ook aan voordat we begonnen – we hadden 1x heel veel gebaren gehad en dat was toch een overkill geweest.

Vervolgens zijn we overgegaan naar het verhaal. Ik doe dit jaar bij de beginners en de A1 dezelfde structuren, omdat ik vorig jaar bij de beginners op een gegeven moment overgegaan ben tot het lezen van “Pirates français des Caraïbes”. Ik merk dat het voor de huidige beginners dan best wel pittig is, die 3 structuren; alhoewel ze diverse woorden van deze structuren dus al eerder gehad hebben en we nu de zinnen langer aan het maken zijn, met zelfs bijzinnen. De A1 gaat er gemakkelijker in mee.

Ik vraag de laatste tijd aan het begin van een nieuw verhaal altijd; Il y avait une personne ou il y avait un animal? (=Was er een persoon of was er een dier?). De groep kiest dan.  (Er kan natuurlijk ook ‘een ding’ zijn, maar tot nu toe voldoet dit prima zo). Voor de A1 ontstond er een heel leuk verhaal over een leeuw, vanuit een herhaling van een heel groot deel van de eerdere structuren; aan het einde van de les gaven ze ook aan dat ze dat heel leuk vinden op deze manier. We hebben ook wel vervolgverhalen gehad in het begin, maar dit sprak diversen bijzonder aan. Op een leuke manier komen zo alle oude structuren toch aan bod, zonder dat ze in hun geheugen hoeven te graven waar het ook alweer over ging en ze kunnen zo met elkaar heerlijk fantaseren. Er ontstaat op een gegeven moment echt een soort ‘fantasiestroom’, waarbij de leukste verhaalwendingen ontstaan.

Merkte ik nu dat het verhaal gemakkelijker ging doordat we de woorden van tevoren ingeoefend hadden? Ik vind het moeilijk te zeggen. Op zich verwacht ik wel een lange-termijn effect = betere retrieval, dus daar ben ik heel benieuwd naar!

Mijn collega Hilde-Marie maakt altijd filmpjes van een ander verhaal dan in de les, maar met dezelfde structuren en daar kunnen de cursisten dan op een besloten gedeelte van Youtube naar kijken en luisteren en mee oefenen = hardop antwoord geven op de vragen. Tot nu toe deden we dat nog niet met de TPR, maar die heeft ze deze les gefilmd en die zetten we ook nu ook op dat besloten gedeelte van Youtube.

à suivre! = komende zondag 13 januari wordt om 15.55 uur techniek 2 alvast geplaatst en besproken want die komt die week aan de beurt.

 

Afbeelding handen afkomstig van de site : http://www.tadhalltolkngt.nl/index.php?ident=watdoeik

TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 1 – gebaren

Nederlandse-Gebaren-Taal-GebarenTPRS in een jaar – voorafje voor de eerste aflevering- techniek 1: Gebaren

Een techniek die ik eigenlijk heel weinig gebruik bij het geven van de betekenis van woorden uit de doeltaal, is het werken met gebaren. Ik werk wel met TPR en doe dat tussendoor, als we een brainbreak nodig hebben en gebruik het dan om vocabulaire van het liedje dat daarna komt aan te bieden. Ik probeer liedjes te vinden die dezelfde vocabulaire hebben als die waar we mee bezig zijn in de verhalen.

Blaine Ray gebruikt deze techniek niet, Ben Slavic gebruikt hem veel. Maar dat betekent niet dat Ben er veel tijd mee bezig is. Blaine stelt dat het ’t meest effectief is om met de vertaling te werken als je ergens de betekenis van wilt geven en om de betekenis letterlijk voor zichzelf te laten spreken, door de vertaling in een andere kleur naast de woorden in de doeltaal te zetten en dan meteen te beginnen met ‘het spelletje : het vragen van het verhaal, waarbij de leerlingen hun best doen om met zo origineel en grappig mogelijke antwoorden te komen als er een nieuwe input voor het verhaal gevraagd wordt.

Ben stelt dat het werken met gebaren vertrouwen geeft aan de leerlingen doordat je samen plezier beleeft. Ben vraagt aan de klas welk gebaar ze gaan maken bij een bepaald woord. De docent zegt het woord en de leerlingen maken vervolgens het afgesproken gebaar en dan gaat de docent woorden toevoegen en nieuwe gebaren worden afgesproken en geoefend doordat de leerlingen ze uitbeelden, waarbij de docent ook meedoet. Dan gaat hij de woorden vragen, waarbij de leerlingen de ogen dicht doen, om te kijken of ze de woorden ook al weten zonder ‘af te kijken’.

Ik ben het met Ben eens, dat deze werkwijze via de TPR ervoor zorgt dat de leerlingen de woorden letterlijk lijfelijk in zich opnemen, waardoor het dieper verworven wordt en gemakkelijker toegankelijk blijft en dat je de les begint met een leuke activiteit die meteen voor een goede sfeer zorgt.

Ben’s tip: houd het kort!

Deze week meer over mijn ervaringen in de les met (Ben’s) TPRS techniek 1, gebaren.

Plaatje afkomstig van de website : http://www.hcvc.nl/informatie-gebarentaal/ngt-nederlands-gebarentaal.htm