TPRS Duitsland – a happy teacher teaches better

Charlotte DincherOp zoek naar een TPRS plaatje stuitte ik op een voor mij nieuwe TPRS site in Duitsland!

De Duitse Charlotte Dincher is docente Engels en Scheikunde op een multiculti gymnasium in Bremen en ze heeft afgelopen september de stoute schoenen aangetrokken en is haar lessen Engels volledig via TPRS gaan geven en nu naar eigen zeggen ‘eindelijk  gelukkig geworden in haar lessen Engels’.

Netzwerk TPRS Deutschland

Ze had twee jaar geleden kennis gemaakt met TPRS in een workshop van Susan Gross en was er heel enthousiast over. Na in de loop der jaren allerlei nieuwe methodes uitgeprobeerd te hebben, was ze zelfs voor het eerst geheel overtuigd van een methode. Ze is vervolgens tijdens twee jaar TPRS voorzichtig af en toe uit gaan proberen in haar Engelse lessen en had er best goede resultaten mee, maar durfde er toch niet op te vertrouwen om volledig op TPRS over te stappen. Toen ze echter een nieuwe vijfde klas kreeg, heeft ze de sprong gewaagd en zelfs na twee maanden – met positieve reacties van leerlingen, collega’s en ouders  – kon ze zich al niet meer voorstellen dat ze ooit nog terug zou keren naar het ‘voor-TPRS-tijdperk’.

In haar eigen woorden: “Die Erfolge, die ich bis jetzt schon sehe, sind sehr überzeugend und ich (und die Schüler) habe schon lange nicht mehr so viel Spaß gehabt.

Und da ich auf diesem Gebiet zu einer der Ersten in Deutschland gehöre, entstand diese Website aus dem Wunsch heraus, meine Erfahrungen zu teilen und uns allen eine Plattform zu bieten auf der wir miteinander in Kontakt treten können.”

Via haar site Netzwerk TPRS – TPRS sprachen besser lernen – wil ze een platvorm bieden aan alle Duitse docenten die met TPRS werken. Ook heeft ze een blog waarop ze ongeveer 1x per twee weken schrijft en waarop je je (gratis) kunt abonneren.

Stichting tprs PlatfromOok in Nederland is een TPRS platform, dat we vorig jaar september opgericht hebben en waarmee we onder andere Netwerkbijeenkomsten organiseren. Heb je de site van het TPRS Platform al eens bezocht?

De eerstvolgende TPRS netwerkbijeenkomst is op zaterdagochtend 1 juni, van 9.30 – 12.30 uur in Utrecht. Je kunt hier meer informatie vinden en je online inschrijven.

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 18 – Grammatica Pop-ups

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 18 – Pop-ups

220px-Jack-in-the-boxVandaag van de TPRS Stap 2 technieken techniek 18 : de grammatica pop-ups. Ben geeft aan dat grammatica het beste gedoceerd kan worden in korte ‘uitbarstingen’ van 3 tot 5 seconden, zonder alle uitleg die karakteristiek was voor de grammatica lessen van de vorige eeuw.

Ben geeft een Frans voorbeeld : Les filles marchent (= De meisjes lopen). De pop-up zou dienen te zijn: Klas, waarom staat er ‘nt’ na marche? Correct, er is meer dan 1 persoon.

Er worden vooral geen grammaticale termen gebruikt als: ‘derde persoon enkelvoud of meervoud’ en al helemaal geen verwijzing naar het verschil tussen werkwoorden op -er en -ir.

Dan geeft hij voorbeeld B: Elle lui donne du chocolat (= Zij geeft chocola aan hem). Pop-up: Klas, wat betekent ‘lui’. Juist, ‘aan hem’. Wat betekent ‘du’? Prima, dat betekent hier niks. Vooral geen grammaticale termen gebruiken als meewerkend voorwerp of delend lidwoord! Dat is alleen maar verwarrend voor leerlingen.

Ben geeft een metafoor : als we de fout maken ons taalonderwijs te richten op vocabulaire lijsten, grammatica regels en alle verschillende aparte onderdelen die samen een taalsysteem vormen, dan is dat hetzelfde als de leerlingen allemaal onderdelen van een auto geven, zonder ze te doceren hoe die delen in elkaar passen. Door de taal te spreken als een geheel, zonder hem in mootjes te hakken, geven we onze leerlingen het weten mee hoe een hele auto voelt en hoe die rijdt.

Ben stelt dat grammatica niet meer is dan juist taalgebruik. De leerling die de taal correct gesproken hoort, bereikt het. Dit is een brein-als-geheel-functie. Een leerling die onderdelen van spraak en werkwoordsvervoegingen identificeert bereikt het niet, omdat het een eenzijdige linkerhersenhelft functie is. Startende leerlingen die de taal correct gesproken horen, leren op een natuurlijke wijze correct grammatica gebruik.

Ben stelt: Waarom zou je de input onderbreken? Leerlingen zijn over het algemeen tevreden met het begrijpen wat er in een verhaal gebeurt en ze vinden het plezierig om een verhaallijn te volgen. Wederkerende werkwoorden en meewerkende of lijdende voorwerpen interesseren ze nu en ook waarschijnlijk later niet. Ze willen gewoon Frans leren! Dus houd je pop-ups kort! Zeg het in minder dan 5 seconden en ga door met het verhaal!

Ben’s reflectievraag over grammatica pop-ups: Beperk je je grammaticale uitleg tot 3 à 5 seconden? Hoe werkt dit voor jou?

De afbeelding is afkomstig van de site: http://nl.wikipedia.org/wiki/Duiveltje_uit_een_doosje

TPRS – Stap 2 – techniek 17 – Drie locaties – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 17 – Drie locaties – de lespraktijk

Vandaag van TPRS Stap 2, techniek 17, Drie locaties, de lespraktijk.

Karavaan_hellend_vlak_tcm8-252100

In de les komen we inderdaad niet vaak aan drie locaties toe. Soms maken we een vervolgverhaal, waardoor we wel drie locaties krijgen en vaak komen die drie locaties wel bij het lezen aan bod.

Overigens hoef je die drie locaties niet alleen als ruimtelijke locaties op te vatten. Je kunt het ook zien als situaties of gebeurtenissen. Jim Tripp schrijft erover in Tripp’s scripts: “Elk verhaalscript heeft 3 paragrafen. Paragraaf 1 & 2 zijn qua inhoud bijna hetzelfde, de 2e is een echo van de eerste. De 3e heeft meer een open einde – hij begint als 1 & 2, maar heeft dan een onverwachte twist.” Zoals je bij sprookjes ook vaak iets in drieën hebt (drie broers, drie beproevingen etc.) zo kun je dat ook in je verhaal toepassen. Bij locatie of situatie 1 en 2 is er een ‘probleem’ en bij locatie of situatie 3 wordt dat opgelost. Maar het geeft dus niet als je de drie niet haalt. Voor de herhaling is het wel heel mooi als het lukt, maar als je al op andere manieren veel herhaling krijgt en veel begrijpelijke input, waarom zou je dan iets dan gaan forceren?!

Afgelopen maandag mocht ik bij een collega NT2 (Nederlands als Tweede Taal) een lesje TPR en TPRS verzorgen aan een leuke nieuwe groep NT2- cursisten. Ik wilde wel eens ervaren hoe het is als je niet met vertaling kunt werken. De groep bestond uit een aantal jonge Polen, een Hongaar, een Griek en een Amerikaanse (het lijkt wel een mop: een Griek, een Pool en een Turk waren …).. Helaas voor mij spraken ze ook allemaal Engels, dus nu kon ik niet ervaren hoe het is als ik niet met vertaling kan werken. Maar gelukkig voor hen, kon ik wél met vertaling werken, daarover straks meer. De Amerikaanse zat nog half met een jetlag en was dus een echte beginner. De anderen konden allemaal al wel wat Nederlands, maar de Amerikaanse kon goed meekomen, dankzij de Engelse vertaling. NB, ik sprak amper Engels, maar de vertaling konden ze lezen omdat die op het bord hing op postertjes of schreef hem op en ik maakte tekeningetjes erbij. (Stom, vergeten er een foto van te maken! Zo handig die mobiels van tegenwoordig!) Zonder dat ik er geforceerd naartoe heb gewerkt, kregen we zowaar drie locaties. De leestekst na afloop had ook drie locaties en die konden ze heel goed volgen. De structuren waren:

  • … is in …
  • … houdt van …
  • … wil … hebben
  • … loopt naar …

Het verhaaltje werd: Marta (een Poolse uit de groep) is in Ermelo. Marta houdt van de zon. Marta wil vakantie hebben. Marta loopt naar het bos in Putten. Daar is geen vakantie. Marta loopt naar de chef. De chef wil geen vakantie geven. Marta is triest. Marta loopt naar huis.

Omdat ik natuurlijk geen docente Nederlands ben, was het voor mij verrassend om te merken, dat wij in het Nederlands vragen: “Waar houdt Marta van?” En dat we dan dus eigenlijk een vraagwoord gebruiken dat naar een plaats verwijst (waar?). De Fransen vragen: Qu’est-ce qu’elle aime? De Engelsen “What does she like? ” En dat is eigenlijk veel logischer dan wat wij in het Nederlands doen en er was ook heel kort wat verwarring over het vraagwoord ‘waar’ bij de cursisten, wat mij verraste, maar wat ik wel snapte.

Het groepje heeft heel actief meegedaan, ook met de TPR. Ik begon met het TPR gedeelte en ze vonden dat helemaal niet gek of gênant. Ik kreeg de indruk dat ze het juist wel leuk vonden om zo even met elkaar in actie te komen. Ik heb ze gevraagd hoe ze het vonden om zo taal te leren en ze gaven aan heel tevreden te zijn en de Hongaar gaf ook aan dat hij het zo fijn vond dat hij alles had begrepen. Ik had A3 postertjes gemaakt met de vraagwoorden en de structuren en ik had voor de zekerheid de Engelse vertaling ook op A3 postertjes gezet en het toeval wilde dat die  bij dit groepje ook door iedereen begrepen werden. Ze waren heel tevreden over de les. De volgende ochtend werd ik al door een buitenlander gebeld, die zocht Nederlandse les voor zijn recent aangekomen vrouw! Ik heb verwezen naar mijn collega. Die trouwens een TPRS training gevolgd heeft en nu misschien na mijn voordoen en de enthousiaste reacties van de cursisten er wat meer mee durft te gaan doen. Want dat is nodig bij TPRS: breng het in je lessen in de praktijk en leer van hoe het gaat. Geniet van wat goed gaat en pas aan waar je tegenaan loopt.

Gisteren gaf ik  tijdens een TPR & TPRS training een demonstratie van een TPR & TPRS-les aan ‘echte’ NT2 cursisten. Van die cursisten sprak niet iedereen Engels en dan merk je dat je dus veel meer met gebaren en tekeningetjes moet doen. Het scheelde wel dat dit groepje A1 niveau had, dus ze hadden al enige basis. Ook daar lukten de drie locaties wel, maar ik ben behoorlijk snel gegaan, té snel voor de barometer… Ook merkte ik achteraf, dat ik het werkwoord bij twee structuren was vergeten te cirkelen. Deze groep maakte het verhaal: Bashi is in Tilburg. Bashi houdt van voetbal en van auto’s. Bashi wil een auto hebben. Bashi wil een kleine, blauwe Nissan auto hebben en Asha wil een grote rode auto hebben. Bashi gaat naar huis. Daar is geen auto. Bashi gaat naar … (de naam van het instituut waar we waren). Daar is geen kleine blauwe auto. Bashi gaat naar de Nissan garage. En daar zijn we vanwege de tijd gestopt. (Grappig: Asha was een traditioneel gesluierde en gekleedde moslimvrouw en toen ik haar vroeg of ze een kleine of een grote auto wilde hebben, zag ik dat ze eerst ‘kleine’ wilde zeggen, meer een sociaal wenselijk antwoord, maar toen kwam er een stralende lach en ze wilde toch wel graag een grote auto hebben! De groep gaf aan het gemakkelijk te vinden, maar de zin : ‘Bashi wil een kleine blauwe auto hebben’ beantwoordden ze toch niet allemaal met de juiste volgorde, dus daar ben ik toen nog weer verder mee gaan cirkelen. Het was heel leuk om te doen en ik kreeg terug van de observerende collega’s dat ze het leuk vonden om te zien dat de cursisten zo actief en betrokken waren en zo graag antwoorden wilden geven. De cursisten gaven aan het leuk te vinden en een aantal waren geloof ik teleurgesteld dat we al stopten. Bashi kwam mij nog uitgebreid bedanken en mijn hand schudden.

Als laatste wil ik nog even iets zeggen over de snelheid bij de demonstratie. Het is niet zo dat ik aan het jagen ben geweest om de drie locaties te halen, maar ik wilde de collega’s wel veel laten zien aan mogelijkheden, maar daardoor heb ik de zo belangrijke ‘langzaam-techniek’ niet laten zien. Met de demo Berber aan de docenten zelf ben ik wel langzaam gegaan; de barometer gaf aan dat het voor hem nog wel snel ging, maar hij haakte toch niet af, omdat het antwoord steeds weer herhaald werd. Ook hier drie locaties, die voor veel herhaling zorgden. Het is altijd weer een eye-opener, om TPRS te ervaren via een taal die je totaal niet kent en zo te voelen wat een beginner in een andere taal ervaart, vooral als er helemaal geen aanknopingspunten zijn naar je eigen taal.

De afbeelding is afkomstig van de website : http://cultuurgids.avro.nl/front/detailkunst.html?item=8222747

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 17 – Drie locaties

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 17 – Drie locaties

120606-MP-FESTIVALLOCATIES-klein2Vandaag Ben’s uitleg bij TPRS stap 2:  drie locaties.

Alles wat je dient te doen wat betreft de drie locaties is het wijzigen van het verhaalscript via cirkelen, waardoor de drie originele locaties tevoorschijn komen. Ben vindt het heel waardevol om met lokaal bekende plekken te komen die betekenisvol zijn voor de leerlingen. Als voorbeelden noemt Ben de plaatselijke hangplek  voor jongeren, de dichtstbijzijnde rivaliserende school, een favoriete eettent of friettent, een plaatselijk winkelcentrum etc. Ben zegt dat de interesse zichtbaar toeneemt als hier rekening mee wordt gehouden.

TPRS docenten maken altijd lijstjes van plaatselijk betekenisvolle plekken en gekke plaatsnamen om het verhaal interessant te houden voor de leerlingen, omdat ze weten dat zulke plaatselijk bekende plekken de kwaliteit van het verhaal significant verhogen.

Op deze manier plekken personaliseren is bijna even belangrijk als het personaliseren van het verhaal met leerlingen uit de klas.

Het is niet nodig om op kunstmatige manier een tweede en een derde locatie in het verhaal te maken. Als er voldoende begrijpelijke input is en als de lessen persoonlijk zijn, gaat er niets verloren als er maar één locatie is. Je houdt het verhaal in de hand door ervoor te zorgen dat het in de buurt blijft van het originele script (zie ook later techniek 24 voor meer informatie over story scripts en ook de blogbijdrage hiervoor waarin ze genoemd worden).

Ben’s reflectie vragen over TPRS Stap 2, techniek 17, drie locaties:

  • Heb je een algemeen plan m.b.t. de drie locaties?
  • Ben je flexibel genoeg om een tweede en derde locatie te laten vallen?
  • Is je verhaal té ver ingevuld?

De afbeelding is afkomstig van Kopfestival Deventer Locaties: http://www.kopfestivaldeventer.nl/?page_id=11

TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

We zijn inmiddels aanbeland bij TPRS Stap 2 – Het verhaal vragen – en bij de eerste techniek daarvan, ook ‘Het verhaal vragen’ geheten. Dit vind ik één van de leukste onderdelen van TPRS : samen met elkaar een verhaal scheppen. Altijd weer een verrassing wat eruit gaat komen! Daar kan ik zó blij van worden!

Tripps_scriptsBen maakt bij het vragen van verhalen veel gebruik van de story scripts van Ann Matava en ook van die van Jimm Tripp. Ben zegt dat hij werkt met Jimm’s scripts :

  1. omdat ze werken
  2. de meeste hebben twee versies: een originele en een uitgebreidere, wat Jimm’s uitvinding is (opmerking Alike : eigenlijk is dit een voorloper van de Embedded readings!). Het geeft de docent opties die Ben niet eerder heeft gezien bij verhaalscripts
  3. sommige hebben te maken met bepaalde feesten, wat hem een hoop planning bespaart
  4. de doelstructuren zijn simpel, dus hun inhoud bevat woorden die meestal al eerder aan bod zijn gekomen in de les (een vereiste voor verhaalscripts)
  5. de ideeën en plots zijn even goed als die van Ann Matava en dat wil iets zeggen!

uit: Het voorwoord van Ben Slavic in Tripp’s scripts; simple and successful TPRS story scripts. Over enkele weken meer over de Verhaalscripts  als we bij techniek 24 zijn aanbeland, Je eigen verhaalscripts creëren. Je kunt de eerste tien pagina’s, inclusief 1 verhaalscript + uitgebreid verhaalscript van Tripp’s scripts hier inkijken.

Ik heb dit jaar gebruik gemaakt van de structuren uit de Look I Can Talk serie van Blaine Ray voor Frans I (die er ook is voor Spaans, Engels en Duits.). Het voordeel van deze structuren is dat ze uiteraard gebaseerd zijn op hoogfrequentie, maar ook dat ze aansluiten op de leesboekjes van Blaine.

We hebben bij de beginners en de ERK-A1 groep geen gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I Can Talk. Hilde-Marie Kok, mijn collega in Bussum van Vrolijk & Frans heeft de verhalen geschreven en ik heb ze verder bewerkt. Voor de ERK-A2 en de ERK-B1 groepen hebben we gebruik gemaakt van de leesverhalen van Look I’m really Talking, Frans III. In het begin heb ik met deze gevorderden verhalen gemaakt bij de structuren, maar ze wilden liever in het Frans praten over allerlei dingen waar ze in het dagelijks leven mee bezig zijn en over de actualiteit. Ze hebben toen voor het huiswerk de links gekregen naar de filmpjes met de vragen die Hilde-Marie heeft gemaakt bij deze leesverhalen. In de les stelden ze dan achteraf eventueel wat vragen als er een onduidelijkheid was. Het cirkelen  vonden ze in de B1 groepen te simpel, dus we zijn de vragen meer gaan stellen met de vraagwoorden: vragen die hoger op de ‘vragenladder’ staan. Cirkelvragen zijn de eenvoudigste vragen en die zitten onderaan de ladder, met hun ‘ja’, ‘nee’ en ‘1-woord’ antwoorden. Bovenaan de ladder komen de creatieve antwoorden in lange zinnen, met eventueel bijzinnen. Deze werkwijze bleek voor de A2 echter weer nét te moeilijk te worden… Tegelijkertijd hebben ze het boekje gelezen van Le voyage perdu; je kunt hier een inkijkje in het boekje nemen.  Met de A2 hebben we het boekje in de les gelezen; de B1’ers hebben het thuis gelezen.

Ik denk dat ik volgend jaar meer met de verhaalscripts van Ann en Jimm wil gaan werken op de lagere niveaus. Ze zijn briljant in hun eenvoud en ik heb het gevoel dat ze ondergewaardeerd worden; in ieder geval door mij. En als ik kijk naar de webshop van Taalleermethoden.nl, dan is er de afgelopen jaren amper interesse voor Tripp’s scripts geweest, terwijl je hiermee juist de verhalen aan kunt jagen, wat veel collega’s nou precies zo moeilijk vinden. In de training TPRS 3, ingewijde gebruiker, zijn de story scripts een van de thema’s en daar krijg je ook Jimm’s boek bij de training.

TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 16 – Het verhaal vragen

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 16 – Het verhaal vragen

We hebben vanaf januari uit het boek van Ben Slavic, ‘TPRS in a year!’ alle 15 TPRS Stap 1 technieken doorgelopen, zowel de theorie ervan als de lespraktijk ermee. De technieken van Stap 1 hebben te maken hebben met het geven van de betekenis. We gaan nu beginnen aan de technieken die Ben bij TPRS Stap 2 geeft: het verhaal vragen. Ben zegt dat dit geavanceerde technieken zijn, technieken voor gevorderden. Maar laat je daar niet door afschrikken! Ik zet ze hieronder op een rijtje:

SPANISH_CLASS_-_LA_CINTA_ADHESIVA_012TPRS technieken Stap 2 – Het verhaal vragen

16. Het verhaal vragen
17. Drie locaties
18. Pop-ups (grammatica)
19. Synchroniseren van woorden en acties
20. Chants
21. Dialoog
22. In het moment blijven
23. Fysiek portret
24. Je eigen story script creëren
25. Variatie in de tijden van de werkwoorden

We gaan nu kijken naar techniek 16, Het verhaal vragen.
Ben zegt dat je het verhaal dient te vragen en niet te vertellen. Door het verhaal losjes te houden en niet vast te houden aan je eigen voorgekookte verhaal, geef je de leerlingen de ruimte om hun inbreng te kunnen geven. Die vinden zij oneindig veel interessanter dan die van jou.

Ben zegt dat de truc van TPRS is om met een eenvoudig verhaalscript te beginnen, met drie locaties en dat je door langzaam persoonlijk cirkelen het verhaal in iets nieuws om kunt buigen, terwijl je daarbij de originele vorm niet breekt. Te dichtbij het originele verhaal blijven óf er te ver vanaf gaan roept problemen op. Ben leest regelmatig aan het begin van de les aan zijn leerlingen de volgende woorden van Blaine Ray voor: “Ik geloof dat degenen die het meest effectief zijn in TPRS geen verhalen vertellen. Ze stellen vragen, pauzeren en luisteren naar de leuke antwoorden van de leerlingen”. Blaine noemt dit: “Het spelletje spelen.” Ben zegt dat Blaine’s woorden hem eraan herinneren dat hij veel meer interesse dient te tonen in wat zijn leerlingen zeggen dan in wat dan ook. “Practice what we preach” : als we willen dat leerlingen op ons reageren, dan moeten we ook op de leerlingen reageren op een gelijk niveau. Het vragen van een verhaal is niet alleen luisteren naar leuke antwoorden, maar er ook op reageren met warmte en oprechte waardering. Echt luisteren naar je leerlingen met je hart staat ze toe om te komen met gekke, bizarre, overdreven antwoorden en zodoende ‘het spelletje te spelen’.

Ben zegt dat goede TPRS niet meer is dan de kwaliteit van de interactie tussen de leerlingen en de docent. De antwoorden van de leerlingen op de gecirkelde vragen worden ofwel door de docent verworpen als “onmogelijk” of “absurd” ofwel geaccepteerd als  “zo klaar als een klontje”. Hierbij is er meestal sprake van veel humor en de leerlingen zijn altijd zó blij als je hun leuke antwoord uit alle voorgestelde antwoorden hebt gepikt.

Mogen de leerlingen in de moedertaal antwoorden? Ben vindt dat in dit geval 1 à 2 woorden in te moedertaal toegestaan zijn, omdat het verhaal een geweldige sprong voorwaarts kan maken als ze 1 of 2 woorden in de moedertaal mogen zeggen.

Ben heeft het vervolgens over het klassenmanagement en hoe je de leerlingen laat reageren. Het niet goed meedoen of meekomen van de leerlingen hoeft  niet te liggen aan het onjuist toepassen van TPRS  technieken, maar kan eerder liggen aan het klassenmanagement. Ben eist van zijn leerlingen dat antwoorden maximaal 1 of 2 woorden in de moedertaal bevatten. Verder eist hij van hen dat ze op hun stoel zitten met :

  1. heldere ogen
  2. rechte ruggen
  3. rechte schouders

its_a_secretBen geeft aan dat je steeds heel duidelijk moet zijn naar je leerlingen over wat je van ze verwacht en dat je de leerlingen daar ook in traint. Geef aan hoe ze dienen te zitten, wanneer te spreken en in het algemeen hoe ze het spelletje kunnen spelen. De leerlingen moeten niet gissen naar wat er van hen verwacht wordt. De docent is er verder ook niet om de leerlingen te entertainen, maar om ze te vormen en te scholen en de leerlingen hebben de verantwoordelijkheid om  te reageren op onze vragen als we ze stellen.

TPRS is er verder niet alleen voor de gemotiveerde leerlingen, maar is bestemd voor alle leerlingen. Als je TPRS brengt met echte overtuiging en met liefdevolle discipline, bereik je de meerderheid van de leerlingen.

Als je eist dat de leerlingen de doeltaal hanteren, op een paar woorden  in de moedertaal na, dan dien je je daar als docent ook aan te houden! Dus geen grammatica uit gaan leggen die 2 of 3 of 5 minuten of meer duurt! Natuurlijk dien je wel te (laten) vertalen voor de 100 % begrijpelijkheid, maar houd het altijd kort!

Aan het einde van elke techniek stelt Ben altijd een aantal reflectievragen en daaronder staan een aantal lege regels, waar je je antwoorden in kunt vullen. Bij deze techniek vraagt hij:

  • Vraag je het verhaal?
  • Weten de leerlingen dat van hen verwacht wordt dat ze moeten concurreren om het leukste antwoord, dat van hen verwacht wordt ‘het spelletje te spelen’?
  • Is de discipline in de klas zodanig, dat de twee punten hiervoor ook op kunnen treden?
  • Spreek je tijdens de les steeds in de doeltaal?

De afbeelding van het oor en van de klas zijn afkomstig van de site: http://energizeyourclassroom.wikispaces.com/GIMMICKS en de onderste foto hoort bij “It’s a secret”. In het verhaal ga je als docent een geheim verklappen dat met het verhaal te maken heeft, dus “leun allemaal naar voren, spits je oren en luister en ssssst… niet verder vertellen hoor!

TPRS – Stap 1 – techniek 15 – begripschecks – de lespraktijk & een liefdesrecept!

TPRS – Stap 1 – techniek 15 – begripschecks – de lespraktijk

En dan nu de laatste en vijftiende techniek, de begripschecks. Al eerder zijn ze hier ter sprake geweest – op 10 maart 2013 en  14 maart 2013. Ik vind dat Ben dit onderdeel wel wat meer uit mag breiden, mocht hij zijn boek herschrijven. Het mooie van TPRS is dat het ‘leeft’ en dat er in de lespraktijk steeds meer uitgewerkt wordt en bijkomt. De begripschecks gaan inmiddels veel verder dan alleen maar de ‘vingercheck’, zoals Ben die omschrijft, maar hangt ook samen met het vragen van “wat betekent …?’ , ‘wat heb ik gezegd?’, ‘wijs naar de …’.

Love_recipe_gateau_Felipe_PizarroOh,oh,oh, ik ben iets heel anders gaan doen de eennalaatste les van dit seizoen met de A1 groep… en ben de hele vingerchecks vergeten! Af en toe heel moeilijk voor mij om iets ‘te moeten’ . Het fijne van TPRS vind ik juist dat je er zo spontaan en naar je eigen voorkeuren en naar behoeften van de leerlingen mee kunt werken.

We zijn deze laatste lessen geen nieuwe structuren meer aan het doen, maar we herhalen ‘oude’, van het afgelopen jaar. En we hebben deze keer niet zelf een verhaal gemaakt, maar we hebben het verhaal bij een filmpje verteld. Iets wat de laatste tijd onder diverse TPRS’ers rondzingt is “Movie Talk”. Op de gratis tutorialsite van Movie Talk kun je lezen dat je je leerlingen “snel en pijnloos naar een gemiddeld niveau van luistervaardigheid kunt brengen” via Movie Talk. Ik zag op het blog van TPRS collega Kristin Duncan een demo van collega Julia uit Alaska, die een heel leuk, knap gemaakt, kort filmpje gebruikte voor een demo van Movie Talk : Love recipe van de Chileen Felipe Pizarro, met prachtige muziek erbij. Julia geeft een TPRS Movie Talk demo aan het intervisie groepje taaldocenten in Alaska en ze doet dat in het Frans, terwijl ze er ook (cirkel)vragen bij stelt.

Wij hebben datzelfde filmpje gisteren in de les gebruikt en ik heb het verhaal niet zozeer verteld als wel vooral allemaal (cirkel)vragen aan de groep gesteld en ook veel PQA vragen gesteld. Het was een filmpje van 5 minuten, maar we zijn er ruim een uur mee bezig geweest en  iedereen was heel betrokken en het bleef boeiend en leuk. Ik heb de eerste twee minuten van het filmpje eerst zo laten zien en toen zijn we weer bij het begin begonnen en ben ik Franse vragen gaan stellen. Iedereen kon goed meekomen met het beantwoorden van de vragen, maar ik had wel de indruk dat degene die uit de beginnersgroep kwam het pittig vond. Ik heb hem als barometer af en toe met oogcontact gecheckt en ik kreeg de indruk dat het net ging. Dat ik niet te snel moest gaan en nieuwe dingen goed cirkelen. Zo heb ik bijvoorbeeld het voor hen nieuwe woord “couteau” = mes op heel veel manieren gecirkeld en ook gevraagd of de aanwezigen een lievelingsmes hadden in de keuken en hoe dat er dan uitzag. Maar we hebben ook over het fruit gepraat in de fruitschaal, over opstaan en hoe laat we dat die ochtend gedaan hadden. Ook hebben we over ons gewicht gepraat. Als je net ‘Love recipe’ bekeken hebt op Kristin’s site, dan zul je snappen waar deze vragen op sloegen. En heb je ook zo genoten van die meesterlijke overgangen?!

Ik wil het verhaaltje nog uitschrijven, zodat we het ook kunnen lezen en als huiswerk kunnen ze de filmpjes van Julia, de Alaskaanse collega, nog eens bekijken en beluisteren en de vragen mee beantwoorden. Verder is het natuurlijk ook iets voor een ‘retell’ of voor snelschrijven, maar daar hadden we geen tijd meer voor (oh, oh, oh), want we gingen nog luisteren naar “Le lion est mort ce soir” van Pow Wow  en we hebben het gehad over linnen en lijnzaad en er een filmpje van 1,5 minuut van bekeken en lijnzaad geproefd..

“Love recipe” is in 2008 gemaakt door studenten van Supinfocom in Arles, een school voor animatie 3D en 2D. Ze hebben er verschillende prijzen mee gewonnen, o.a. voor de muziek. Hier het eerste filmpje van Julia; er volgen nog twee delen, op Youtube.

Ik denk dat ik ook nog iets met onderstaand filmpje ga doen. Met dank aan Kristin Duncan voor het vermelden van al deze mooie en leerzame zaken op haar blog! “Gopher broke” (Grondeekhoorn blut) is ook een filmpje met van die leuke muziek erbij. En ook weer zó knap gemaakt! En humoristisch! Uit 2004 alweer, Oscar genomineerd, door Blur studio gemaakt. Wel tot het einde blijven kijken, hoor !

Wat we bij TPRS eigenlijk niet doen (collega Michael Miller van ‘Michael und Sabine’ bijvoorbeeld wel)  : als je thematisch werkt, kun je met onderstaand filmpje groente en fruit herhalen, waar je ze koopt, wat ze kosten, waar je van houdt of juist niet, wat je ermee maakt enzovoorts. Ook diverse dierennamen en allerlei emoties komen in “Gopher broke” aan bod. Ik hoop dat dit dan goed maakt dat ik vergeten ben om de begripschecks te doen en er verslag van te doen…