CI-TPRS basistechnieken – onder de loep -2-

Deze blogpost sluit aan op die van 30 juni. Waarschijnlijk zul je de daar aangereikte technieken nog niet uit hebben kunnen proberen, want het is (bijna) vakantie. Maar wie weet?! Misschien is er toch iemand of zijn er mensen met wie je eens kunt oefenen?! Bereid je wel heel goed voor! Daar kun je dit werkblad heel goed voor gebruiken.

We keerden 30 juni weer even terug naar de basis. In deze blogpost een aantal vervolg basistechnieken van TPRS (TPR Storytelling). TPRS is 1 van de begrijpelijke input methodieken – CI methodieken – waarbij de doeltaal voertaal is. De leerlingen en cursisten kunnen de doeltaal altijd begrijpen, omdat de docent/e deze via speciale technieken begrijpelijk aanbiedt en de leerlingen ook instrueert om het meteen te laten weten als iets niet duidelijk is.

TPRS kent 3 stappen, en Stap 1 bestaat in Ben Slavic’s boek TPRS in een jaar! uit 15 technieken. Deze 15 technieken hebben te maken met :

  • zorgen dat de betekenis van de woorden in de doeltaal altijd duidelijk zijn – terwijl minimaal 90% van de lestijd de doeltaal in gebruik is
  • het persoonlijk maken van de lessen.

Lesgeven met CI technieken is interactief lesgeven, is werken met activerende werkvormen. Deze keer met name aandacht voor de technieken die de lessen persoonlijk maken, belangrijk voor de sfeer en de onderlinge relaties in de klas, zowel tussen de docent/e en de leerlingen alsook de leerlingen onderling. Dit brengt ook de menselijke maat terug in het onderwijs. De technieken hieronder genoemd zijn de technieken 2 & 3 (uitgebreide) PQA (Personalized Questions and Answers), 7 Teaching to the eyes (oogcontact maken) en 11, werken met de reacties van de leerlingen/cursisten.

TPRS in een jaar! Ben Slavic – TPRS Stap 1 & stap 2 basistechnieken

Nou, probeer het eens uit en kijk hoe jij het vindt om zo les te geven en hoe je leerlingen/cursisten het vinden om zulke lessen te krijgen: enjoy!

Zou je deze technieken liever onder begeleiding willen leren toepassen? Kijk dan eens of onze trainingenserie “Effectief taaldocent in een jaar” je aanspreekt. Deze is zowel geschikt voor:

  • docenten Moderne Vreemde Talen alsook voor NT2 docenten
  • beginnende alsook ervaren taaldocenten
  • taaldocenten in het voortgezet onderwijs als taaldocenten en taaltrainers voor volwassenen.

Je kunt deze trainingen(serie) ook bij jou op school of in jouw organisatie laten verzorgen. Je kunt voor meer informatie contact met mij opnemen via info @ taalleermethoden.nl.

Effectief taaldocent in een jaar – persoonlijke werkwijze door kleine groepen

CI-TPRS basistechnieken – onder de loep

Soms is het goed om weer eens terug te keren naar de basis. In deze blogpost een aantal basistechnieken van TPRS, soms ook wel TPR Storytelling genoemd, 1 van de begrijpelijke input methodieken: methodieken waarbij doeltaal = voertaal. De leerlingen en cursisten kunnen de doeltaal altijd volgen, omdat de docent/e deze via speciale technieken begrijpelijk aanbiedt. Over die begrijpelijke input technieken straks meer.

TPRS kent 3 stappen:

  1. Stap 1 – de betekenis geven van woorden van een andere taal
  2. Stap 2 – een verhaal co-creëren door het stellen van vragen
  3. Stap 3 – lezen op niveau

Ben Slavic, inmiddels een gepensioneerde docent Frans uit Colorado in de VS, heeft tientallen jaren met TPRS – en later CI – gewerkt. Ook heeft hij diverse boeken geschreven over begrijpelijke input (CI) technieken. Zijn eerste boek heeft hij in samenspraak met Susan Gross geschreven. Het is vertaald in het Nederlands en het heet TPRS in een jaar!. Ben beschrijft in dit boek heel praktisch een scala aan TPRS technieken voor Stap 1 en Stap 2.

Begin 2013 heb ik op dit blog elke week een andere techniek van zijn boek onder de loep genomen en ik kondigde dat aan op 30 december 2012. Zie:  #TPRS in een jaar! Vervolgens was er tweewekelijks eerst een opmaat naar een TPRS techniek en de week daarop hoe die techniek in mijn lessen Frans uit was gepakt.

Hieronder in de tabel een overzicht van een aantal TPRS basistechnieken voor Stap 1 en Stap 2 die ik daar besproken heb. Ondanks alles wat Ben er later over gezegd heeft, blijf ik erbij dat je als “tweede taaldocent” alleen al door deze technieken te hanteren, je taalleerders tot gigantische taalverwervingshoogten kunt opstuwen. Ik voeg hier in een volgende blogpost nog enkele onmisbare technieken aan toe, maar als je nieuw bent in het toepassen van CI/TPRS technieken, neem dan onderstaande technieken eerst maar eens onder de loep en ga daar lekker mee stoeien in je lessen. Ik raad je aan om het eerst met beginners uit te proberen, omdat je dan met hen mee kunt groeien in het toepassen van de vaardigheden, want naarmate het niveau van je leerlingen/cursisten toeneemt, gaan de genoemde technieken transformeren tot een hogere octaaf, die jij alleen kunt bereiken door eerst de lagere meegemaakt te hebben.

TPRS in een jaar! Ben Slavic – TPRS Stap 1 & stap 2 basistechnieken
– TPRS in een jaar – Stap 1 – voorafje voor techniek 1 – gebaren
– TPRS in een jaar – techniek 1 – gebaren – de lespraktijk
– TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 4 – aanwijzen en pauzeren
– TPRS in een jaar – techniek 4 – aanwijzen en pauzeren – de lespraktijk
– TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 5 – Cirkelen
– TPRS in een jaar – techniek 5 – Cirkelen – de lespraktijk
– TPRS in een jaar – voorafje voor techniek 6 – LANGZAAM
– TPRS in een jaar – techniek 6 – LANGZAAM – de lespraktijk
– TPRS – Stap 2 – voorafje techniek 16 – Het verhaal vragen
– TPRS – Stap 2 – techniek 16 – Het verhaal vragen – de lespraktijk

Wat heel belangrijk en onmisbaar is, dat is dat je ook TPRS Stap 3 hierop aan laat sluiten: LEZEN – OP NIVEAU. Als je stap 1 en 2 goed hebt doorlopen, dan kunnen je leerlingen/cursisten alles met gemak lezen, want: lezen is herkennen van verworven vocabulaire. En 50% van een CI curriculum bestaat uit auditieve begrijpelijke input, die altijd vooraf gaat aan de 50% begrijpelijke leesinput (= lezen op niveau).

Maak voor lezen op niveau korte tekstjes in de doeltaal en blijf binnen de perken, oftewel, gebruik alleen vocabulaire die je eerder auditief tijdens het co-creëren van de verhalen aangeboden hebt via Stap 1 & 2. Voeg er voor verrijking wel eigennamen en merken en cognaten (transparante woorden) aan toe, want die worden meteen begrepen en vereisen geen moeilijke woorden en daarmee extra werkgeheugen van het brein. Dus gebruik bijvoorbeeld de merknamen Rolex i.p.v het woord horloge, Cornetto i.p.v. ijsje, Dubro i.p.v. afwasmiddel. En gebruik in het Frans bijvoorbeeld transparante woorden als: bureau, téléphone, lampe, portefeuille, directeur enzovoorts. Engels, Frans, Duits en Nederlands kennen veel transparante woorden.

En weet je wat nou het geweldige is? Het is zo leuk om op deze manier les te geven en les te krijgen én… HET WERKT! Nu beginnen je leerlingen/cursisten vloeiend en moeiteloos te communiceren in de doeltaal. En daar doen we het tenslotte toch voor?!

Als je trouwens niet zo’n doe-het-zelver bent, maar liever onder begeleiding deze technieken wilt leren toepassen, kijk dan eens of onze trainingenserie “Effectief taaldocent in een jaar” je aanspreekt. Deze is zowel geschikt voor docenten MVT als NT2, zowel voor beginnende alsook ervaren taaldocenten, VO en VE. We kunnen deze trainingen ook bij jou op school of in jouw organisatie komen geven. Neem voor meer informatie contact met mij op via info @ taalleermethoden.nl.

Wil je weten of CI/TPRS wel bij je past? Doe test 1: “Heb jij CCI genen?”
Test 1 : Heb jij CCI genen? Doe de test!
Wil je weten of onze trainingenserie bij jou past? Doe test 2.
Test 2: Trainingenserie iets voor jou? Doe de test!

Wat we van Paul Biegel’s tante Mathilde kunnen leren…

Brieven van de generaal - Paul Biegel & illustraties Elly van Beek

Onze AH in Ermelo had eerst in de koffiehoek een kast waarin iedereen leesboeken neer kon zetten en ook boeken mee kon nemen. Dat is een mooi belangeloos initiatief van een supermarkt in deze tijden van zware ontlezing! Tegenwoordig staat er een, zo te zien van afvalhout getimmerde, robuuste tafel waarop de boeken nu enigszins rommelig op stapels tegen een stelling aanliggen.

Ik liep gisteravond langs die tafel en mijn blik werd in die grote chaotische stapel direct getrokken door een boek dat er voor mijn – blijkbaar kennersoog – onmiddellijk uitsprong. Het bleek “De brieven van de generaal” te zijn, van Paul Biegel, geïllustreerd door Elly van Beek. Het enige boek van Paul Biegel dat we vroeger niet aan onze zoon voor hebben gelezen. Het was vast niet verkrijgbaar in de bieb… Ik wist niet van het bestaan af. Een parel gevonden!

Achterop staat te lezen: “Tante Mathilde is heel anders dan andere tantes. Van kinderen weet ze niets en ze geeft dat ook ruiterlijk toe. Wanneer de drie kinderen bij haar komen logeren krijgen ze de malste dingen te eten, mogen ze zo laat naar bed als ze zelf willen en de vlekken die ze in het tafelkleed maken worden iedere avond geteld. Wanneer het er honderd zijn, trakteert tante. (…) Iedere drie dagen ontvangt tante een brief van haar koene vriend de generaal die in een warm ver land speurt naar twee verdwenen ontdekkingsreizigers. Dan zijn er tante’s huismuizen waarvan er drie weg zeilen in een boot over het Tjeukemeer
En dan is er nog haar vogeltje Sijs, dat wil trouwen en op zoek gaat naar een vrouw, samen met zijn vriend dikke Mus.”

Nou ja, Paul Biegel kennende: voor mij zijn deze woorden al genoeg om mij in dit boek te willen gaan verliezen. Dus buiten de AH, bij mijn fiets, ben ik meteen de eerste bladzijden gaan lezen en heb daar hardop staan te schaterlachen. Met lichte tegenzin ben ik toen op mijn fiets gesprongen, om vervolgens snel naar huis te crossen, thuisgekomen de boodschappen snel van me af te gooien om gelijk verder te gaan lezen. Wat een fantasie! Wat een super grappig boek! Ik kon niet stoppen met lezen en een paar uur later had ik het, diverse keren weer hardop schaterend, uitgelezen.

Waarom vertel ik dit allemaal? Behalve dat ik iedereen die van lachen houd dit boek aan kan bevelen, wil ik ook laten weten dat die vreemde tante Mathilde in dit boek – uit 1977 N.B. – een aantal keren rake uitspraken over het Nederlandse onderwijs doet. Ik ga hieronder anderhalve bladzijde citeren, want helaas is het nog steeds actueel, wat die excentrieke tante Mathilde over het onderwijs te zeggen heeft:

Quote van pagina 75/76, hoofdstuk “Op reis, op reis” :

[Onderstaande dik gedrukte regels komen van mij. Daar kom ik straks nog op terug.]
‘Welnu Knevi,’ zei tante Mathilde, kauwend op een zuurtje, ‘hoe heb ik het met jou? Je zit in het kolenhok.’
‘Ikke tante?’
‘Je kijkt zo zwart.’
‘Maar ik zit niet in het kolenhok,’ zei Knevi, ‘ik zit aan tafel.’
‘Nee hoor, zei tante, ‘Je zit waar je denkt. En jij denkt niet aan tafel.’
‘Watte?’ zei Knevi.
‘Kinderen begrijpen niets,’ zei tante. ‘Dat komt door al die scholen. Er wordt teveel Hoogezand Sappemeer en Zuidbroek in jullie hersens gestopt. En dan ben je nooit waar je bent. In de klas zit je nooit in de klas, maar in een industrie gebied of bij Karel de Vijfde.’
‘Wat zegt u tante?’
‘Deden ze maar Karel de Zesde,’ zei tante.
‘Huh, ‘ riep Orian, ‘die bestaat niet eens.’
‘Daarom juist. Dan moet iedereen hem zelf verzinnen. Dan deden jullie nog wat..’
We moesten een beetje lachen om tante Mathilde, maar zelf bleef ze heel ernstig.
‘Knevi, ‘ zei ze, ‘kom uit je kolenhok en ga naar China.’
Knevi keek haar met grote ogen aan.
‘Vooruit,’ zei tante. ‘China. Hup.’
Knevi legde zijn servet neer en stond op.
‘Nee sufferd, niet met je benen. Met je hoofd.’
‘Hoe bedoelt u tante?’ vroeg Knevi.
‘Denken,’ zei ze. ‘Dat gaat toch veel vlugger.’
Knevi fronste zijn voorhoofd.
‘Ben je er haast?’ vroeg ze ongeduldig. ‘Ching kwang kau, vooruit, spreek Chinees.’
Knevi bracht geen woord uit.
‘Zie je wel,’ zei tante. ‘Niets geleerd op school.’
Maar Orion trok haar ooghoeken scheef. ‘Li dong po,’ riep ze. ‘Tau tang.’
‘Oa oa,’ antwoordde tante Mathilde en meteen zaten we met ons vieren op een zoele berghelling in China en spraken Chinees met elkaar.
‘Holland,’ vertelde tante in het Chinees, ‘is een heel vreemd land. Wisten jullie dat?’
‘Poe poe!’ riep wij.
‘Daar eten de mensen plakpudding.’
Dat woord kenden we niet.
‘Ik zal het laten zien,’ zei tante. Ze liep naar de keuken en kwam terug met een schaal waarop een dikke roze kwab lag te drillen.
‘Peh peh!’ riepen wij.
‘En weet je wat ze daarmee doen?’zei tante. ‘In Holland?’

Ja, als je wil weten hoe het verder gaat, dan moet je toch echt het boek zelf gaan lezen 😉

Waarom heb ik deze quote uit het boek gelicht? Die brieven van de generaal zijn toch veel leuker?! Of die avontuurlijke zeiltocht van de muizen?! Of Sijs op zoek naar een Sijs-vrouw?!

Op de site van Paul Biegel staat te lezen wat de schrijvende pers over dit boek zegt: “Alles bij elkaar heerlijke schilderachtige onzin.” [Reformatorisch Dagblad 26.05.1999]. Daarmee wordt dit boek zwaar tekort gedaan! Voor mij zegt het Reformatorisch Dagblad hiermee: fantasie = onzin. Het kan dan wel heerlijk & schilderachtig zijn, maar het is wel onzin… Met zelf een eigen bible belt achtergrond proef ik hierin: “Woeker met uw talenten en verspil niet teveel tijd aan zulke onzin als fantasie.” En dat is precies de gemiddelde trend die in het Nederlandse onderwijs ontstaan is: de fantasie is grotendeels verdwenen – en niet alleen in ons land…

N.B. Bij al deze generaliserende uitspraken van mij in dit stuk geldt uiteraard: wie de schoen past, trekke hem aan!

Wat ik tussen de regels door in tante Mathilde’s woorden lees : Paul Biegel zegt eigenlijk “in het onderwijs moet meer met fantasie worden gedaan, de fantasie wordt gedood en de hoofden worden gevuld met dode materie.”

Échte fantasie is bijna helemaal uit het onderwijs verdwenen en alleen nog bij “de kunstvakken” terug te vinden of bij dingen als “een opstel” schrijven. Zelfs de kleuters mogen in het regulier onderwijs niet eens meer écht spelen en ‘moeten’ al van alles voor hun ‘cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling’ waar je grote vraagtekens bij kunt zetten… De kunstvakken krijgen steeds minder uren, net zoals in de maatschappij de subsidies voor kunst- en cultuur geminimaliseerd zijn. Geld, zakelijk en efficiënt is wat de klok slaat en in het bijzonder veel gestandaardiseerd toetsen op alle fronten is de tendens. Hiermee is de menselijke maat steeds meer uit het onderwijs aan het verdwijnen en niet alleen daar, het is een trend die door de hele maatschappij waart. Van jong tot oud is over de grote linie zwaar verslaafd aan beeldschermen, wat ook de fantasie niet ten goede komt. Hoogstens die van de ontwerpers van games en televisieserie schrijvers en marketeers…

Terwijl alle scholen allemaal heel hard roepen:  “jij staat bij ons voorop, kom dus op onze leuke school!” – ik ga nu even heel erg generaliseren – zeggen ze in feite: “hoe meer leerlingen, hoe meer geld wij krijgen, dus kom vooral bij ons!” Want hoe ziet dat er exact uit “jij staat bij ons voorop”? Hoe persoonlijk is het onderwijs werkelijk?

Die ontmenselijking is iets waar we ons grote zorgen over moeten maken en een verschijnsel dat we een halt toe dienen te roepen. Want deze ontmenselijking schrijdt in onze maatschappij met rasse schreden  voorwaarts… Maar zoals ik al eerder schreef: “één persoon kan het verschil maken!” Jij bent degene die ervoor kan zorgen dat er verandering komt! In jouw lessen, met jouw leerlingen, in de lessen van jouw sectie, in de lessen op jouw school, met de leerlingen van jouw school.

Gelukkig zijn er nog steeds kleine bastions, te vergelijken met het dorpje van Asterix en Obelix, die dapper weerstand bieden. Sluit je daarbij aan! Dit soort fantasie en deze humor zoals in “De brieven van de generaal” – zie het dik gedrukte in de quote hiervoor – vind je ook terug in taallessen die worden gegeven met CCI – boeiende begrijpelijke input – waardoor er krachtige taalverwerving optreedt. Daarbij speelt ook mee dat de lessen sterk gepersonaliseerd worden: via CCI breng je de menselijke maat weer terug in de les en daarmee in het onderwijs, door échte aandacht en respect voor elkaar te hebben. En dat kan allemaal in de doeltaal. Hoe geweldig is dat?! Leerlingen verwerven een nieuwe taal door met elkaar bezig te zijn in de doeltaal, communicerend over onderwerpen die zij boeiend vinden, daarbij gestuurd door de docent die zorgt voor boeiende, begrijpelijke input, humor en een veilig klassenklimaat.

De huidige trend van de zogenaamde “leerpleinen” is funest voor het tweede taal onderwijs! Leerlingen kort instructie geven en ze vervolgens “achter een computer te schoppen”, al dan niet individueel of in groepjes, lijkt misschien heel modern onderwijs, maar is in feite hetzelfde als een geautomatiseerd boek, oftewel: oude wijn in nieuwe zakken. Of de leerlingen in groepjes al aan output te laten werken, terwijl ze de taal nog niet eens verworven hebben, lijkt misschien “werken aan 21e eeuwse vaardigheden”, maar heeft totaal geen zin voor taalverwerving…

Wat met grote urgentie in de directiekamers, bij lerarenopleidingen en bij MVT taaldocenten door dient te dringen is: “Taallessen kun je niet op dezelfde manier doceren als de zaakvakken.” Zie bijvoorbeeld wat de linguïst professor Bill Vanpatten hierover zegt in While We’re On the Topic: BVP on Language, Acquisition, and Classroom Practice: “Language is too abstract and complex to teach and learn explicitly. That is, language must be handled in the classroom differently from other subject matter (e.g., history, science, sociology) if the goal is communicative ability. This has profound consequences for how we organize language-teaching materials and approach the classroom.” 

Taallessen hebben te maken met communicatie, en laat – zeker voor pubers – de meest boeiende communicatie nou te gaan over… jezelf. Communicatie in de doeltaal dient wel begrijpelijk te zijn voor de leerlingen en daarom dient het krachtig docent gestuurd te zijn en daarom werken leerpleinen niet. En door bij de leerlingen persoonlijk aan te sluiten, kun je hen intrinsiek motiveren. Dat doe je niet door te werken met extrinsieke beloningen en – nog zoiets – ze alleen maar – excusez le mot – “cijfergeil” te maken, waardoor ze niet voor de inhoud gaan, maar alleen maar calculerende leerlingen en vervolgens calculerende burgers worden, waarmee de cirkel weer rond is: dat ontmenselijkt gigantisch, al die cijfers!

Ben jij het eens met tante Mathilde? Moet er weer meer fantasie in het onderwijs komen? Wil jij het verschil maken en daarom meer weten over CCI? Doe dan test 1!

Test 1 : Heb jij CCI genen? Doe de test!

Ben je al CCI docent? Werk je al met TPRS, Storylistening, TPR e.d., en wil je je er verder in  verdiepen? Wellicht is onze trainingenserie – met curriculum om in je lessen te gebruiken – iets voor jou. Als je al eerder trainingen gevolgd hebt, kun je later in het leerproces instappen, maar je kunt ook nog eens vanaf het begin herhalen.

Test 2: Trainingenserie iets voor jou? Doe de test!