TPRS – Stap 2 – techniek 25 – Variaties in werkwoordstijden – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 25 – Variaties in werkwoordstijden – de lespraktijk

Dit is de laatste van de tien TPRS Stap 2 technieken, en wel techniek 25, variaties in werkwoordstijden.

Future_past_presentIk kan alleen maar beamen wat Ben zegt, dat je meerdere tijden in de verhalen gebruikt, via PQA, dialogen, het verhaal vragen en lezen. Wel dien je mijns inziens nog een verschil te maken of je werkt met jongere kinderen en NT2’ers, omdat je met hen het verhaal over het algemeen eerst in de tegenwoordige tijd zult beginnen en dan bijvoorbeeld de verhalen terug gaat vragen of terug laat vertellen in de verleden tijd.

Het verhaal vraag ik met de beginners en de A1’ers in mijn Franse lessen in de verleden tijd en daarna gaan we lezen in de tegenwoordige tijd. Dat is eigenlijk nooit een probleem. Men haalt inderdaad uit de context dat het om de tegenwoordige tijd gaat. Wel doe je regelmatig grammatica pop-ups om het verschil tussen de betekenis van een tegenwoordige en een verleden tijd te benadrukken en om ze daarvan bewust te maken. We hebben het ook al bij techniek 21 gehad over die verschillen in het gebruik van de werkwoorden, maar dan meer vanuit de personen, vanuit de persoonsvormen gezien. Verhalen vraag je meestal in de derde persoon enkelvoud, soms meervoud. De dialogen in het verhaal en de PQA zorgen ervoor dat je ook met de jij&ik vorm of de wij& jullie vormen werkt. Op die manier bestrijk je dus het hele palet, wat ook heel natuurlijk is.

Dit stukje over de laatste TPRS Stap 2 techniek is nu meteen voor de zomervakantie wat betreft TPRS in a Year! van Ben Slavic de laatste bijdrage. Vanaf januari van dit jaar 2013 heb ik hier de TPRS technieken van Stap 1 en Stap 2 in het boek TPRS in a year! van Ben Slavic besproken, vanuit de theorie en vanuit de lespraktijk.  Ik heb het heel leuk gevonden om op deze manier eens door alle stap 1 en stap 2 technieken heen te gaan. Ook om nog eens extra met je neus op de theorie gedrukt te worden. Het heeft voor mij vaak voor een bijzondere verdieping gezorgd. De theorie heeft voor mij op deze manier meer betekenis gekregen. Ik kan iedereen van harte aanraden om ook elke week een andere TPRS techniek in het zonnetje te zetten (daarom heet Ben’s boek ook TPRS in a year!: elke week een andere techniek uitproberen en die erin houden die jou en je klassen liggen. Er waren wekelijks zo tussen de 50 en 80 lezers op het blog. Bedankt voor jullie interesse en ik hoop dat jullie er iets aan gehad hebben voor jullie eigen TPRS lessen!

Op 5 september wilde ik in eerste instantie verder gaan met de volgende 24 TPRS technieken die Ben de “Fun skills” noemt, maar ik heb besloten om dan eerst verder te gaan met PQA in a Wink! en daarna pas de ‘fun skills’ te doen. Ik merk dat men in de TPRS  trainingen de PQA toch nog best lastig vindt. Dus leek het me beter om daar eerst op in te gaan zoomen.

Ben bespreekt trouwens in zijn boek TPRS in a Year! niet Stap 3, lezen. Lezen is een belangrijke stap in het taalverwervingsproces. In het handboek Storytelling voor het talenonderwijs van Blaine Ray en Contee Seely kun je er beknopt meer over lezen in hoofdstuk 9. In de nieuwste = 6e editie (alleen nog Engelstalig) van dit handboek kun je ook lezen over de Embedded readings van Laurie Clarqc en Michele Whaley. Anderen die zich op hun manier in’ TPRS en lezen’ hebben gespecialiseerd zijn Mira Canion en Carol Gaab. Beiden hebben TPRS leesboekjes geschreven. Komend jaar ga ik met de beginners en de A1 Mira’s nieuwste boekje gebruiken: La France en danger. Het is op-en-top een TPRS leesboekje. Verder heeft Mira ook gezorgd voor veel cultuur en elk hoofdstukje heeft een zwart/wit foto, die Mira zelf gemaakt heeft in Frankrijk. Toen ik het boekje aan mijn collega van Vrolijk & Frans liet zien, was ze er meteen enthousiast over.

NTPRS2013 In week 28 is de IFLT in San Diego; daar lieten ze vorig jaar via livestream meekijken in TPRS lessen door ‘TPRS masters’ aan echte leerlingen. Als dat dit jaar weer zo is, dan zal ik dat hier laten weten!

Vanaf eind week 29 hoop ik hier verslag te doen vanuit de National TPRS conference in Dallas.

En van 6 tot en met 10 augustus hoop ik hier verslag te doen van de TPRS training in Agen in Frankrijk.

Een hele fijne zomertijd gewenst allemaal, met veel rust en inspiratie en samenzijn met de mensen waar je van houdt!

De afbeelding futre-past-present komt van de site: http://www.tarotweb.nl/3kaarta.html

Advertenties

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 25 – Variaties in werkwoordstijden

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 25 – Variaties in werkwoordstijden

Van Alle Tijden logoEn dit is dan de laatste van de TPRS stap 2 technieken, techniek 25 : variaties in de tijden van de werkwoorden

Ben zegt dat taaldocenten soms wijsgemaakt worden door de educatieve uitgevers en gaan denken wat die willen dat ze denken, namelijk dat talen in ‘niveaus’ bestaan en dat de tegenwoordige tijd altijd de eerste tijd is die kinderen horen als ze een taal leren. Ben zegt dat dit niet waar is.

Hij zegt dat het bewustzijn van de verschillende werkwoordstijden voornamelijk iets intuïtiefs is : als leerlingen de betekenis van een werkwoord kennen, dan leiden ze de werkwoordstijd af van de context van het verhaal. Dit betekent in het bijzonder dat de tegenwoordige tijd en de verleden tijd regelmatig gebruikt kunnen worden en gebruikt dienen te worden in verhalen.

Hij geeft aan dat verhalen in de verleden tijd verteld dienen te worden, dat het verhaal samenvatten uiteraard in de verleden tijd wordt gedaan en dat dialogen natuurlijk in de de tegenwoordige tijd voorkomen. Ben zegt dat de leerlingen de verschillen in de tijden snel oppikken, zo lang alles rond het werkwoord duidelijk is en zo lang ze de betekenis van het werkwoord kennen.

Hij geeft aan dat herhaaldelijk het begrip checken ervoor zorgt dat de verschillende tijden correct verwerkt worden. Regelmatige auditieve begripschecks met geschreven ondersteuning verhelderen het auditieve en het visuele aspect van iedere werkwoordstijd in het brein van de leerling.

PQA, de persoonlijke vragen waarmee je informeert naar bijzonderheden van de leerlingen, dienen volgens Ben niet beperkt te blijven tot de tegenwoordige tijd. Gesprekken over dingen die de leerlingen vaak doen zijn in de tegenwoordige tijd en wanneer ze gaan over iets dat voor de les gebeurd is, zijn ze in de verleden tijd. Hij zegt dat je gewoon dat moet doen wat natuurlijk is en dat PQA ook het ideale moment is om andere tijden aan bod te laten komen, zoals de toekomstige tijd, de samengestelde tijden, de voorwaardelijke wijs ( ‘als… dan’) enzovoorts.

Ben’s reflectievraag: “Gebruik je meerdere werkwoordstijden in je verhaal?”

De afbeelding is afkomstig van : http://www.deboekensalon.nl/nieuws/van-alle-tijden-de-avonden

TPRS – Stap 2 – Techniek 24 – Je eigen verhaalscripts creëren – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – Techniek 24 – Je eigen verhaalscripts scheppen – de lespraktijk 

We zijn alweer aanbeland bij de eennalaatste techniek van TPRS Stap 2 – het verhaal vragen: techniek 24, Je eigen verhaalscripts creëren.

Ben is zeer enthousiast over Anne Matava’s verhaalscripts. De story scripts van Anne Matava kun je bestellen op Ben’s site (ook om te downloaden =  1/2 van de prijs van de printversie, gentleman’s agreement dat je 1 kopie print) of op de site van Bryce Hedstrom (ook om te downloaden = 1/2 van de prijs van de printversie, gentlemen’s agreement dat je maar 1 print maakt).

Het voordeel van de scripts van Anne en Jim is, dat je ze dus niet zelf hoeft te verzinnen, maar dat je ze hoogstens hoeft te vertalen naar de taal waarin jij lesgeeft en eventueel lichtjes aan te passen aan jouw eigen situatie.

talk_too_muchDe structuren bij de story scripts van Anne en Jim zijn in de tegenwoordige tijd. Meestal gebruiken we bij TPRS grammaticale structuren die in de verleden tijd staan en we vragen de verhalen zodoende in de verleden tijd. Dit is de TPRS paradox, want we werken bij TPRS met hoogfrequente woorden. En de verleden tijd is minder frequent dan de tegenwoordige tijd. Maar om de verleden tijd voldoende te horen én omdat het nodig is om de verleden tijd en de tegenwoordige tijd gelijktijdig aan te bieden en niet (ver) na elkaar in de tijd, worden de verhalen dus o.h.a. in de verleden tijd gevraagd. Bij TPRS Stap 3 gaan we vervolgens lezen in de tegenwoordige tijd, nadat we het verhaal gevraagd hebben en samen gemaakt hebben in de verleden tijd. Met jongere kinderen en NT2’ers gebruik je echter wel eerst de tegenwoordige tijd en kun je als je het terugvertelt of terugvraagt in de verleden tijd doen. Als je het lezen – vanaf een jaar of 8, 9 – meteen aansluitend in dezelfde les doet, dan gaat het leesverhaal over andere hoofdpersonen, maar we gebruiken dezelfde grammaticale structuren, echter dan in de tegenwoordige tijd. De dialogen zijn o.h.a. ook in de tegenwoordige tijd. Tot zover een opmerking over het gebruik van de tegenwoordige en de verleden tijd bij TPRS en dat Jim en Anne dus hun story scripts en structuren in de tegenwoordige tijd geven. Meer hierover bij de volgende techniek, techniek 25, variaties in werkwoordstijden.

Hieronder een vertaald voorbeeld van een verhaalscript van Ann Matava: Hij Praat Teveel

praat                                        talks
houd op!  / stop daarmee!          stop it!
de hele tijd, heel de tijd             the whole time, all the time

Troy praat teveel. Hij praat de hele tijd. [Op dit punt kun je uitzoeken waar hij over praat, in welke taal enz.] Hij gaat naar de bioscoop en praat de hele tijd met John McCain. John McCain zegt, “Sssst! Houd op!” maar  Troy houdt niet op met praten. De manager komt en zegt: “Ga weg! (Verlaat de bioscoop!)”

Troy gaat naar de bibliotheek. Daar praat hij de hele tijd met Lexi, die huiswerk probeert te maken. Lexi zegt, “Sssst! Houd op!” maar Troy houdt niet op met praten. De bibliothecaris komt en zegt: “Ga weg! (Verlaat de bibliotheek!)”

Hij gaat naar de tandarts. De tandarts heeft haar handen in zijn mond. Ze kan hem niet helpen, omdat hij de hele tijd praat. Ze zegt: “Ssssst! Houd op!” maar Troy houdt niet op met praten. Zijn tanden rotten en vallen uit. Hij kan niet meer praten, omdat hij geen tanden meer heeft.

Tot zover het voorbeeld van een story script van Anne Matava. Je ziet hier goed de drie locaties terugkomen en de herhaling. Omdat er toch steeds heel andere situaties zijn, is het geen saaie herhaling. Je ziet ook dat situatie 1 en 2 op elkaar lijken en dat 2 een echo is van 1. Situatie 3 lijkt er ook op, maar heeft dan opeens een heel andere twist. De woorden die schuingedrukt staan, zijn variabel en laat je door de leerlingen vervangen door woorden van hun fantasie en keuze. (Zij weten niet dat ze die vervangen).

De structuren die Anne hier gebruikt heeft, zijn ook heel goed te TPR’en; oftewel aan te leren via ‘zeggen & voor/na/mee/doen’. In haar leestekst staan ook structuren die niet onder de bovenstaande 3 vallen. Omdat je alleen eerder gedoceerde structuren gebruikt, mag je ervan uitgaan dat deze dus al eerder bij een ander verhaal aan bod zijn gekomen. Ze gebruikt de structuren hierboven bij de beginners in les 10. Deze vertel je als informatie: dat zijn dus bijvoorbeeld: gaat naar …, … komt en zegt: Ga weg!

The Holstee ManifestoEn nu heb ik nog heel weinig verteld over het verhaal vragen op zich in de les… Als je nog nooit een verhaal gemaakt hebt met een klas, dan leg je eerst kort aan de leerlingen uit wat er van ze verwacht wordt. Je leert ze hoe ze ja en nee zeggen in die taal. Je zegt ook dat je met de woorden op het bord samen een verhaal gaat maken in het (Frans, Duits, Chinees, Russisch, Engels, Spaans, gebarentaal, Italiaans etc.). En je geeft aan dat hoe leuker hun idee voor het verhaal is, hoe groter de kans is dat jij ervoor kiest om dat idee aan het verhaal toe te voegen. Vervolgens begin je eerst met stap 1, het geven van de betekenis, waarover je in de maanden hiervoor hebt kunnen lezen. Je kiest daarbij die onderdelen van het geven van betekenis, die passen bij jou en je leerlingen. En dan ga je over naar stap 2, het vragen van het verhaal. Het is het handigste als je de structuren voor die les al klaar hebt staan op een flap of (smart)board of op je laptop (en de beamer) of op (geplastificeerde) posters. Ik zou bij bovenstaande voorbeeld in het Frans gebruiken:

  • … parlait
  • tout le temps
  • arrête!

Als je met vertaling kunt werken naar de moedertaal of naar bijvoorbeeld het Engels, zet je de structuren in de doeltaal in 1 kleur op het bord en je zet de vertaling erachter in een andere kleur. (Dit hoort bij stap 1, betekenis geven). Als je nieuw bent in TPRS is het heel handig als je je lessen voorbereid, door het cirkelen eerst helemaal voor jezelf uit te schrijven. Daarvoor kun je deze TPRS lesplanning gebruiken. De invulinstructies staan op het eerste blad. Je kunt deze vervolgens beknopt op stevig A5 papier schrijven of printen en plastificeren, zodat je daarop kunt spieken tijdens de les. Op dit A5-je staan dus je cirkelvragen met de woorden die in het story script hierboven schuingedrukt zijn. Maar die woorden gebruik je niet bij het maken van een verhaal met de klas, want je bevraagt uiteraard niet het verhaal dat je hebt voorbereid! Je gebruikt er alleen iets van, als de klas met niks bruikbaars voor het verhaal komt (wat hoogst zelden voorkomt; durf de tijd te nemen om te vissen tot er iets komt!).

Hier vind je een uitgebreide beschrijving in het Engels op het blog van Martina Bex hoe je “Matava-stijl” verhaal scripts kunt gebruiken bij het creëren van een verhaal met de klas.

Mocht je vast zitten aan een boek, dan geldt dezelfde procedure zoals geschetst afgelopen zondag. Je kiest uit je methode die hoogfrequente woorden die voor jouw leerlingen zinvol zijn en per les biedt je dan drie grammaticale structuren aan. Je schrijft daarbij korte verhaaltjes en aan het voorbeeld van Ann kun je zien, hoe kort het zou kunnen zijn. Je kunt ook een leestekst uit je methode nemen en die volgens de Embedded Reading procedure indikken tot een eenvoudige basistekst en die dan weer opblazen in twee stappen tot je weer bijna de oorspronkelijke tekst hebt. Je basistekst blijft daarbij bestaan en je vlecht er alleen nieuwe elementen doorheen.

Overigens zijn story scripts vooral handig als je een beginnende TPRS docent bent, omdat je dan altijd iets achter de hand hebt om op terug te vallen. Hoe meer ervaring je hebt, hoe meer je alles laat gebeuren en durft te laten gebeuren. Het belangrijkste is en blijft echte interesse in je leerlingen, begrijpelijke input geven en veel herhaling en daar mag en kun je heel vrij in zijn. Ik besef dat dit voor sommigen té vrijblijvend lijkt en te weinig houvast kan bieden… Toch is het belangrijk om het allemaal niet buiten jezelf te zoeken in regeltjes of wetten of musts of wat dan ook, maar om vanuit jezelf te werken en jouw authenticiteit en kracht te vinden.

De afbeelding van de meeuwen is afkomstig van: http://cdn.mdjunction.com/components/com_joomlaboard/uploaded/images/talk_too_much.gif

De poster This is your life en het Youtube filmpje zijn afkomstig van : http://shop.holstee.com/pages/about

TPRS – Stap 2 – techniek 23 – Portrait physique – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 23 – Portrait physique – de lespraktijk

Great_Sphinx_of_Giza_WikipediaAch, dit is weer zo’n geweldige techniek waarmee je samen met elkaar bij het maken van verhalen deze zoveel interessanter, beeldender, levendiger, grappiger, persoonlijker en wat al niet kunt maken.

En inderdaad is het dan wel de kunst om, zoals Ben zegt, het niet té bont te maken. Juist iets redelijk normaals, maar dan nét met een twist hier of daar maakt een (hoofd)persoon, dier of ding ‘af’.

Het samen je fantasie laten gaan, kan ook de band van een klas of groep versterken. Zo hadden we bijvoorbeeld een keer een man die geen neus had en daar naar op zoek ging en allerlei avonturen beleefde bij het vinden van een geschikte neus. Het hele jaar door kwam die man echter in andere verhalen ook altijd nog weer even om de hoek kijken in een bijrolletje.

Alles is mogelijk in de Duitse/Engelse/Franse/Italiaanse/Nederlandse/Russische/Spaanse les! Waar kun je tegenwoordig nog ongebreideld je fantasie laten gaan? Bij het samen maken van verhalen kan dat. Net als de goden van weleer schep je maar raak met elkaar, je schept werelden vol beelden. En ondertussen wordt er een vreemde taal geleerd! Happy creating!

Afbeelding is afkomstig van : http://nl.wikipedia.org/wiki/Sfinx_van_Gizeh

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 23 – Portrait physique

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 23 – Portrait physique

Woman sitting in an armchair, Pablo  Picasso - 1962We zijn alweer aangekomen bij de eennalaatste van de TPRS Stap 2 technieken zoals Ben Slavic die omschrijft in zijn TPRS in a Year! : portrait physique, techniek 23. Ben besteedt ruim drie pagina’s aan deze techniek; een deel bestaat uit een lijst met opsommingen van bijvoeglijke naamwoorden die te maken hebben met het lichaam (over de lengte, schoenmaat, haren, gezicht, lichaamsdelen en hun kwaliteiten).

Hij begint dit onderdeel met de opmerking dat het bij TPRS geen twijfel lijdt dat details zorgen voor meer interesse en humor in een verhaal en dat ze een voortreffelijk handvat vormen om basisvocabulaire  te doceren – bij techniek 23 gaan de details specifiek over lichamelijke kenmerken.

Als een verhaal nog niet leuk is, dan blijkt het dat te worden, wanneer de docent gaat vragen hoe een persoon of dier eruit ziet. Vooral wanneer deze één behoorlijk overdreven fysiek kenmerk heeft.

Portrait physique is een vast onderdeel van Ben’s lessen, omdat het letterlijk een gezicht geeft aan de hoofdpersonen van een verhaal; de docent vraagt niet alleen het verhaal, hij laat het zo ook ZIEN.

Ben adviseert om niet meer dan 3 of 4 kenmerken te nemen om het verhaal fris te houden en om 1 kenmerk gigantisch te overdrijven voor het komische effect. Maar meer niet, want het doet afbreuk als (bijna) álles vreemd is; dat maakt het toch minder grappig. Ben zegt dat de humor in verhalen samenhangt met een redelijk normale verhaallijn, met herkenbare hoofdpersonen en zo nu en dan iets geks. Als je bij alles van een verhaal probeert grappig te zijn, dan wordt het geen leuk verhaal.

Ben zegt van zichzelf dat hij zich nog weleens kan verliezen in té veel details – beschrijvende details zijn geweldig om veel herhaling te krijgen – maar actie zorgt dat het verhaal vooruit gaat en dat verkiezen leerlingen boven details.

Ben heeft op een stuk stevig (geplastificeerd? ) papier een lijst met fysieke kenmerken, maar die hangt hij niet als poster aan de muur, zoals bijvoorbeeld de vraagwoorden. Hij houdt dit in de hand, bij de hand. Ook zegt hij een niet te uitgebreide werkwoordenmuur  te hebben. (AL: Verb Wall – zie de  website van de Color connection van Pamela Kaatz voor een uitgebreide werkwoordenmuur voor Spaans – schrik niet van de muziek als de site opent! Pamela heeft trouwens ook een mooie manier om de getallen te doceren ; en dat doet ze niet  ‘op volgorde’! Want dan leer je het voor het declaratief geheugen en in de volgorde waarin het daarin komt, moet het er ook weer uitkomen. Dit geldt ook  in feite voor het stampen van werkwoordsvervoegingen – dat doen we dus niet bij TPRS, want het leidt niet tot vloeiend taalgebruik. Collega Siel van der Ree zegt altijd als iemand vraagt hoe dat declaratief geheugen werkt: zeg het alfabet maar eens achterstevoren! )

Ben zegt dat voor de docent de lijst met fysieke kenmerken van Portrait physique ook handig kan zijn bij het spelen van het spelletje “Simon says” (Frans: “Jacques a dit”, Spaans “Simón dice”), evenals een eenvoudige werkwoordenlijst aan de muur. Bij dit spelletje geeft de docent TPR commando’s aan de leerlingen, maar die mogen ze alleen uitvoeren als er vóór de opdracht “Simon says” is gezegd. (AL: net zoals bij ons bij “commando pinkelen” je alleen hol, bol, plat mag doen als er “commando” voor is gezegd. Doe je toch iets als er geen “commando” of “Simon says” is gezegd, dan ben je af))

Ben’s reflectievraag: Denk je eraan om Portrait physique te gebruiken, inclusief een vreselijk overdreven lichamelijk kenmerk?

De afbeelding “Woman sitting in an armchair” van Pablo Picasso is afkomstig van de site : http://www.wikipaintings.org/en/pablo-picasso/woman-sitting-in-an-armchair-1962

TPRS – Stap 2 – techniek 22 – In het NU blijven – de lespraktijk

TPRS – Stap 2 – techniek 22 – In het NU blijven – de lespraktijk (maar niet heus 😉

nu moment happyBen Slavic is een beetje de filosoof onder de TPRS docenten. In het Nu blijven is in de oosterse godsdiensten een belangrijk concept, dat ook overgewaaid is naar het westen. In het NU blijven is niet alleen iets voor TPRS, het is iets dat voor elk moment van het leven kan gelden. Aansluitend op deze filosofische kant van het gegeven van in het NU blijven, deze keer eens een keer niet over de lespraktijk, maar we bekijken wat we doen eens vanuit een meta-standpunt.

Wij westerse mensen hebben heel sterk de neiging om alles van het leven onder controle te houden, te plannen, dicht te timmeren. Dit doodt o.a. creativiteit. Het doodt ook menselijkheid, want alles moet meetbaar en maakbaar worden. Kijk naar de manier waarop alles in het reguliere onderwijs tegenwoordig volledig gekwantificeerd dient te worden.  De grote nadruk op toetsing, cijfers voor toetsen, het vergelijken door alles in percentages onder te brengen, scholen die met elkaar een concurrentiestrijd aangaan om de meeste leerlingen, lees financiën binnen te halen  etc. etc. De creatieve en bewegingsvakken zijn steeds minder belangrijk geworden en nemen steeds minder tijd in het schoolprogramma in. Alle leerlingen die niet kneedbaar zijn en afwijken van de norm krijgen etiketjes en moeten via medicatie en ´rugzakjes´ in het gareel worden gehouden.

Er begint echter een tegenbeweging op gang te komen; andere onderwijsvormen ontstaan.

Met TPRS zitten wij in de tegenbeweging! Wij brengen menselijkheid en creativiteit terug in de scholen! Daar wil je toch deel van uitmaken en je bijdrage aan leveren????!!!! Breng (meer) beweging in je eigen leven en je eigen taallespraktijk!!!!!

Hieronder een buitengewoon indrukwekkend animatiefilmpje op TED van een lezing van Sir Ken Robinson over Changing Education Paradigms, met als één van de onderdelen een geweldige – echter in feite intrieste – beschrijving van het huidige ‘lopende band onderwijs’ – maar ook bijvoorbeeld een indringende notitie over ADHD. Het filmpje is meer dan 10 MILJOEN keer bekeken!

Hieronder een filmpje van Ken Robinson over het doden van creativiteit door scholen. Met Nederlandse ondertiteling. 

De afbeelding linksboven is afkomstig van de site: http://www.wanttoknow.nl/wetenschap/energie/de-kleur-van-jouw-hart/

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 22 – In het NU blijven

TPRS – Stap 2 – voorafje voor techniek 22 – In het NU blijven

Staying in the momentVandaag  van TPR Storytelling – Stap 2 – het voorafje voor techniek 22 uit Ben Slavic’s boek “TPRS in a Year!” :  in het NU blijven.

Met in het NU blijven wordt bedoeld dat je niet weggaat van het moment dat in het verhaal gecreëerd is, en dat doe je om de begrijpelijke input levend te houden. Ben zegt dat je dit voor elkaar krijgt door:

  • de leerlingen te doceren en niet de taal
  • bij een zin te blijven totdat hij parallel loopt aan het originele verhaal – in de conclusie van TPRS in a Year! staan de details hoe je dat precies doet
  • extra details ‘uitmelken’ via cirkelvragen, ervoor zorgend dat de details te maken hebben met het leven van je leerlingen

Ben besteed wel drie bladzijden aan deze techniek en hij zegt erover dat dit misschien wel een van de uitdagendste TPRS technieken is, omdat hij zo indruist tegen alles wat we als docenten geleerd hebben, zoals : alles onder controle houden, het verhaal sturen, het juiste ding op het juiste moment zeggen, grappig zijn, enzovoorts. Alleen zorgen deze dingen ervoor dat er geen ruimte is voor de leerlingen en hún inbreng. En die twee dingen zorgen nu precies voor betrokkenheid van de leerlingen. En betrokkenheid krijg je door in het NU te blijven.

Ben geeft er twee prachtige voorbeelden van, met acteurs en al: ondanks het prachtige script kwam het verhaal niet op gang en later stokte het nog een keer! Ojee, ojee, een probleem! (Voor de docent!) Ben beschrijft waar hij emotioneel doorheen gaat en dan roept hij vanaf de pagina naar de lezer: “Blijf in het NU! Stel de vragen. Cirkel of sterf!” Door in het nu te blijven en lang genoeg te durven wachten tot er een leuk antwoord van de klas komt, geeft de docent de leerlingen een eigen inbreng in plaats van verstresst dan maar zelf gauw met iets te komen en het verhaal en de klas zo onder controle te houden. Doordat aan het begin van het verhaal een van de leerlingen riep dat het verhaal zich afspeelde in een beruchte straat in Denver (hun woonplaats) was er opeens chemie ontstaan. (Zie TPRS techniek 17, 3 locaties , over het belang van het gebruik maken van locale plekken, van het personaliseren van plekken).

Ben besluit ermee dat we soms wachten en dat er dan toch niks leuks komt. Leren de leerlingen dan niks en zijn we dan een nul in TPRS? Hij stelt ons gerust dat dat niet het geval is: horen de leerlingen de taal? Spreken we de doeltaal? Geven de leerlingen aan dat ze 80% of meer begrijpen? Ja?! Dan doen we ons werk! Het leven gaat niet altijd over rozen, persoonlijke begrijpelijke input is al geweldig!

Ben’s zelf reflectie vraag bij techniek 22: Blijf je in het NU?

De afbeelding is afkomstig van het blog: Leef jouw leven.